mirjamfoekema

Toen mijn manuscript klaar was, ging het naar twee belangrijke mensen: eerst naar de redacteur, daarna naar Bureau Communicatie van het ziekenhuis. Twee verschillende petten, twee verschillende blikken.

De redacteur boog zich over de taaltechnische kant: zinnen, spelling, stijl. Bureau Communicatie keek mee vanuit hun rol als bewaker van inhoudelijke afspraken en externe communicatie.

Op 24 juli kreeg ik het volledige manuscript van Pareltjes uit mijn spreekkamer terug van mijn redacteur. Mijn Nederlands is misschien niet perfect, maar ik heb wél mooie verhalen te delen. Gelukkig zijn er altijd mensen om me heen die mijn krabbels weten om te toveren tot een leesbaar geheel.

Ik krijg mijn teksten altijd rood gekleurd terug. Je weet wel, zoals vroeger op de lagere school, wanneer je hoopte op een krul maar een heleboel rode strepen kreeg. En eerlijk? Ik moet er vaak om lachen. Want achter al die correcties zit geen kritiek, maar pure zorg. Zorg om mijn woorden helder te maken, zonder ze glad te strijken. Het is een kunst op zich: teksten zo aanpassen dat ze taalkundig kloppen, zonder dat de toon en het karakter van mijn verhalen verloren gaan. Elk hoofdstuk draagt een stukje van mijn ervaring, mijn verwondering, mijn betrokkenheid.

En nu is het moment daar: de laatste check voordat het écht de wereld in mag.

Op 8 augustus kreeg ik ook groen licht van Bureau Communicatie. Geen weerstand verwacht, maar het blijft spannend. Want dit boek is méér dan een verzameling verhalen. Het is een inkijkje in de menselijke kant van de zorg. Persoonlijk, kwetsbaar, eerlijk. Verhalen die niet alleen plaatsvinden in ons ziekenhuis, maar letterlijk uit mijn spreekkamer komen.

Lizzy en Jasja, dank voor jullie warme zorg rondom mijn nieuwe verhalenbundel.

Ik voel een mix van trots en zenuwen. Want zodra dit manuscript wordt goedgekeurd, is er eigenlijk geen weg meer terug. Dan gaan de woorden hun eigen weg: naar lezers, collega’s, patiënten, nieuwsgierigen.

Zojuist heb ik mijn manuscript geüpload in de macro van het boek op de website van de uitgeverij. Het staat nu officieel in het systeem, klaar om verder vorm te krijgen.

Van de week volgt de fotoshoot, waarmee ook mijn nieuwe profielfoto wordt toegevoegd. En dan… dan vraag ik de proefdruk aan. Het moment waarop mijn verhalen voor het eerst tastbaar worden. Pareltjes uit mijn spreekkamer komt steeds dichterbij — en ik kan niet wachten om het met jullie te delen.

008: Een telefoonlijn naar menselijkheid

Vandaag spreek ik een dochter tijdens een heteroanamnese over haar moeder. Een van de standaardvragen is wat patiënte voor werk heeft gedaan. “Mijn moeder was telefoniste van 008,” zegt ze. Terwijl ik dit opschrijf, realiseer ik mij dat ‘telefoniste van 008’ inmiddels een vergeten beroep is geworden. Een echo uit een analoog tijdperk dat de meeste jongere mensen niet zullen herkennen. Het roept bij mij in elk geval een nostalgisch gevoel op: een tijd waarin informatie nog via menselijke stemmen werd doorgegeven, telefoons aan muren hingen en verbinding écht iets tastbaars was.
Lang voordat zoekmachines bestonden, was er de geruststellende stem van telefoniste 008. Vanuit een stille werkruimte, omgeven door rinkelende lijnen, krakende bureaustoelen en rijen vergeelde telefoonboeken, zat zij paraat. Telefonistes werkten vaak met een hoofdtelefoon met één oorschelp en een microfoon die aan een frame of band bevestigd was. Deze apparaten waren bedoeld om handsfree te kunnen werken, zodat ze tegelijkertijd konden luisteren, spreken en informatie opzoeken in fysieke telefoonboeken.
Met zorgvuldig aangeleerde etiquette gaf ze met precisie en geduld telefoonnummers door aan heel Nederland. Of je nu een kapper zocht in Groningen, een tandarts in Tilburg, een hotel in Maastricht of gewoon de achternaam van de buurvrouw was vergeten: één belletje naar 008 en je werd geholpen. Geen onpersoonlijke database, maar een menselijke stem die luisterde, vroeg door, en in veel gevallen zelfs de naam correct wist te spellen zonder dat je het hoefde te zeggen.
Dit was de tijd waarin de telefoon nog met een krullend snoer aan de muur hing en mobieltjes nog niet bestonden. Het draaien van een nummer betekende dat je jouw vinger in een draaischijf moest steken, nummer voor nummer moest draaien. In huis lagen de Gouden Gids en het regionale telefoonboek klaar, dik als een volledig boekwerk. En op iedere straathoek stond een telefooncel , in het zogenaamde telecom-groen (grijs-groen), met veel glas en een robuuste uitstraling. Dit model werd vanaf 1965 het herkenbare gezicht van openbare telefonie in Nederland. Binnen deze cellen, tussen plexiglas muren en een broekzak vol met muntjes, zocht je je weg in de lokale telefoonklapper, een stevig ingebonden naslagwerk waarin plaatselijke nummers netjes gerangschikt stonden.
In een wereld zonder swipe of scroll bracht de 008-telefoniste verbinding. Letterlijk én figuurlijk. Zij was het kalme middelpunt van een tijdperk waarin communicatie nog met aandacht gebeurde en informatie een warme stem had. In onze huidige maatschappij, waar berichten in milliseconden verstuurd worden en algoritmes ons gedrag voorspellen, herinnert haar rol ons aan de waarde van menselijke nabijheid en gerichte aandacht.
Dienstverlening was toen al geen abstract proces, maar een persoonlijk moment van contact: een stem die luisterde, verbond en soms troost bood. Persoonlijk contact is geen luxe, het is de lijm die vertrouwen, empathie en samenwerking mogelijk maakt. Misschien vraagt onze digitale samenleving niet om méér technologie, maar juist om technologie die ons menselijker laat zijn, met ruimte voor aandacht, warmte en verbinding, zoals ooit een telefoniste die letterlijk en figuurlijk mensen met elkaar verbond.

 

Dat ene specifieke moment van echte verbinding: Een pareltje in mijn spreekkamer!

Alweer deel 4 van mijn verhalen uit het nieuwe boek.
Dat ene specifieke moment van écht contact maken 💛🕊️ Soms gebeurt het ineens: een moment van echte verbinding, waarin spanning verdwijnt en iemand zich écht gezien voelt.
Vandaag deel ik het verhaal van een kwetsbare dame, haar bezorgde dochter en een gesprek dat begon in onzekerheid, maar eindigde met een glimlach.
Lees mee en ontdek waarom dit een pareltje in mijn spreekkamer was!

 

Een pareltje in mijn spreekkamer!

Een heteroanamnese is een gesprek met een naaste ter voorbereiding op het gesprek van de patiënt met de geriater. Vervolgens worden er diverse tests afgenomen door een verpleegkundig specialist.
Na dit voortraject komt de patiënt bij mij op gesprek voor de nazorg. Vandaag heb ik een gesprek met een zeer betrokken dochter, waarbij mijn nieuwsgierigheid gewekt wordt naar de patiënte zelf. Ik zie geen foto in het dossier, dus ik moet het hebben van de verbale omschrijving die ik van haar dochter krijg én mijn eigen fantasie.

Het verhaal wat ik hoor klinkt zorgelijk! Het betreft hier een zeer kwetsbare 80-jarige dame met een overbelast mantelzorgsysteem. De schreeuw om hulp is groot. Ik doe wat ik kan ter voorbereiding op het inzetten van hulp. Op dit moment is de wachtlijst lang en duurt het ongeveer 7 maanden voordat er een casemanager dementie beschikbaar is. Na een paar telefoontjes heb ik gelukkig iemand gevonden die al heel snel mevrouw zou kunnen bezoeken.

En dan is het wachten op mijn ontmoeting met deze mevrouw…

We zijn ongeveer twee weken verder en ik ontmoet mevrouw en dochter in de wachtkamer. Met de dochter heb ik al kennis gemaakt, maar mevrouw zie ik nu voor het eerst. Ze voldeed volledig aan mijn beeld; een dame van Surinaamse afkomst met een heel lief gezicht. Mevrouw zit, enigszins voorovergebogen, in een rolstoel. Terwijl ik naar mevrouw en dochter loop, zie ik dat mevrouw meteen naar haar dochter draait en vriendelijk zegt. ‘Jij moet alle vragen maar beantwoorden, hoor!’ De dochter legt mij kort uit dat haar moeder erg gespannen is en dat ik het gesprek maar met haar moet voeren. Voor mij is dit prima. Ik kijk nog eens naar mevrouw en zie inderdaad een enorme spanning in haar gehele lijf, onrustig zit ze aan haar kleding te plukken, wat heen en weer te wiebelen in haar rolstoel en schichtig om zich heen kijken.

Ik begin mijn gesprek met uit te leggen wie ik ben, wat ik ga doen en wat ik vooral…. níet ga doen. Ik ga geen testen meer afnemen of moeilijke vragen stellen, ik ga meedenken over hoe nu verder. Ik beantwoord de vragen die de dochter van mevrouw voor mij heeft. Ik richt af en toe het gesprek naar mevrouw, maar stel haar geen vragen. Ondanks dat ik mijn gesprek zo nu en dan naar haar richt durft ze mij niet aan te kijken.

Na een minuut of tien zegt mevrouw ineens uit het niets heel zachtjes: ‘Mag ik misschien ook iets vragen?’ Er volgt oogcontact! ‘Maar natuurlijk mag u iets vragen, graag zelfs!’ De sfeer tijdens het gesprek voelt blijkbaar dusdanig veilig en ontspannen dat mevrouw het aandurft zelf ook vragen te stellen. Er volgt echter geen vraag, maar een uitleg…

‘Toen ik bij die zuster (mevrouw bedoelt de verpleegkundig specialist) was vroeg zij heel veel. Ze stelde heel veel vragen waar ik vaak het antwoord niet op wist. Ik ga achteruit, dat weet ik, maar dat het zo erg was, was heel emotioneel en confronterend. Het lag niet aan die zuster, hoor, maar die testen waren gewoon heel moeilijk!’

Geheugentesten als deze afnemen is ons dagelijks werk, maar soms worden we weer even met de neus op de feiten gedrukt. Voor de patiënt zijn de testen naar en zeer confronterend. Echter is het wel noodzakelijk om een goed beeld te krijgen waar het in het hoofd precies misgaat.
Als ik dit mevrouw vertel begrijpt mij maar al te goed.
‘Dus ze weet nu precies waar het misgaat? Ik heb dus dementie. Is daar wat aan te doen?’
Ik moet haar teleurstellen en melden dat we dementie helaas nog niet kunnen genezen.
‘We kunnen alleen met u meedenken en u gaan begeleiden, zodat we verdere achteruitgang een beetje kunnen terugduwen. Daarvoor krijgt u een casemanager toegewezen, een steuntje in de rug voor u, maar ook voor uw dochter.’

Na een kort nadenkmomentje zegt mevrouw: ‘Ik vind alles goed als ze maar niet meer zulke moeilijke vragen gaat stellen. Moet ik al die vragen nog een keer doen?’
Daarin kan ik haar wel geruststellen. ‘Nee, dat hoeft niet meer. We hebben een diagnose waar we mee verder kunnen. Een nieuwe test zou uitwijzen wat we mogelijk al weten, namelijk dat u langzaam achteruitgaat. We gaan u daar dan ook niet meer mee plagen!’

Direct zie ik het laatste restje spanning uit haar lichaam verdwijnen en er verschijnt een mooie en ontspannen glimlach op haar lieve gezicht. Mevrouw maakt hierna actief deel uit van het gesprek en stelt nog wat vragen of heeft een opmerking.
Prachtig, wat een mooie omslag in ons contact!

Helaas is dit nazorggesprek ook ons laatste gesprek op de poli Geriatrie. Hierna zal de inmiddels betrokken casemanager dementie mevrouw en dochter zo goed mogelijk gaan begeleiden.

Verhaal ook gepubliceerd in DementieVisie

Dat ene onvergetelijke gesprek: De ouderdomsklok

Alweer deel 3 van mijn verhalen uit het nieuwe boek
Een klein gebaar, een groot verschil 🕰️ Soms zijn het juist de eenvoudige dingen die een wereld van verschil maken. Een klok, een geruststellend woord, een stukje regie terugvinden.
Vandaag deel ik het bijzondere verhaal van een dame die haar angst wist te overwinnen met een simpel, maar waardevol hulpmiddel en de liefdevolle steun van haar dochter.
Lees mee en ontdek waarom de ouderdomsklok een plek verdient in onze spreekkamer en mevrouw een plekje in mijn boek!

Na een gesprek met de geriater, waarbij deze een mogelijke diagnose dementie heeft gesteld, is er een mogelijkheid voor een nagesprek met een geriatrie verpleegkundige. Die kan de diagnose toelichten zodat deze beter begrepen wordt, vertellen wat de gevolgen kunnen zijn, de mogelijkheid bieden om eventuele ontstane vragen alsnog te stellen, welke vervolgstappen er eventueel te zetten zijn en kan er voorzichtig een toekomstbeeld geschetst worden.

Vandaag hebben we bezoek van een spraakzame dame die goed kan verwoorden waar ze het meest angstig van wordt. Ze vertelt aan het begin van het gesprek dat ze op een dag wakker werd en de dag niet meer wist. Ze vertelt ook dat ze niet in staat was om te bedenken hoe daarachter te komen. In paniek heeft ze haar dochter gebeld, die haar heeft weten gerust te stellen. De dochter heeft haar toen een prachtig kado gegeven: ‘een ouderdomsklok’ (een klok waarbij naast de tijd ook de dag, datum en jaar zichtbaar is). Mevrouw vertelt enthousiast dat zij nu iedere morgen opstaat en even op haar klok kijkt. En het helpt echt.
Superfijn om te horen dat hulpmiddelen worden gebruikt en ook echt een meerwaarde hebben.
Met mevrouw en haar dochter proberen we te kijken wat er van het gesprek met de geriater, twee weken geleden, is blijven hangen. Met enige hulp weet zij flarden van dit gesprek te herhalen. Ze weet de persoon te omschrijven, maar tot een diagnose komt zij niet. ‘Weet je wat ik nu het ergste vond?’ Er valt een korte stilte… ‘Dat ik soms de dag niet meer wist. En dan moest ik haar bellen om dat te vragen. Weet u, ik heb van haar nu een mooie klok gekregen. En nu hoef ik haar niet meer te bellen!’ We vragen even door op het verhaal van mevrouw: ‘Bent u nu minder angstig?’ Mevrouw antwoordt: ‘Ja, als ik nu wakker word groet ik eerst de klok en zie ik gelijk welke dag het is!’ Wij constateren een goed functionerend ochtendritueel.
We pakken het gesprek weer op om zo toch onze belangrijke punten te kunnen bespreken. We adviseren een casemanager dementie, zodat er altijd iemand te bereiken is met veel ervaring met mensen met dementie, die te allen tijde kan helpen met uitdagingen die zich in de toekomst zeker zullen gaan voordoen. ‘Een casemanager heeft, net als uw dochter met de ‘ouderdomsklok’, voor veel uitdagingen een idee om u daarmee te helpen.’
Mevrouw knikt en lijkt te begrijpen wat de bedoeling is met het inzetten van een casemanager. We geven hierin mevrouw de ruimte en het gesprek valt enkele seconden stil. Mevrouw begint weer te praten: ‘Ja, weet je, zo’n klok is toch echt zo fijn! Dat had ik nog niet verteld, toch?’ Mijn collega reageert: ‘U vertelde dat u dit zo fijn vond en hierdoor niet meer angstig bent als u de dag niet meer weet. Want daar heeft u nu de klok voor gekregen.’ Mevrouw knikt lachend en legt haar hand op de arm van haar dochter: ‘Zo fijn dat ze met mij meedenkt!’
We ronden het nazorggesprek af en geven nog wat foldertjes mee voor thuis. Mevrouw en dochter staan op om hun jas aan te trekken. We zien mevrouw kijken naar onze reguliere klok welke in de spreekkamer hangt. We zien de trigger naar haar verhaal. We konden erop wachten… ‘Als je nu niet meer weet welke dag het is…, mijn dochter heeft daar een mooie klok voor gekocht waar ook de dag en datum opstaat. Dat is toch zo fijn!’ We trekken gezamenlijk de conclusie dat de dochter als casemanager dementie bij ons moet komen werken en mevrouw als verkoopster bij het bedrijf van de ‘ouderdomsklok’ om deze aan de man te brengen.
Lieve dame, als er in onze spreekkamer iemand komt die aangeeft angstig te zijn omdat zij de dag niet meer weten, zullen we met net zoveel passie als u de ‘ouderdomsklok’ aanbevelen!

Die ene bijzondere patiënte: De paradijsvogel

Een paradijsvogel op mijn spreekuur 🎨🕊️ Sommige patiënten vragen een unieke benadering. Een gesprek dat buiten de standaard kaders valt en juist daardoor onvergetelijk wordt.
Vandaag deel ik het verhaal van een bijzondere vrouw: een kunstenares met een eigen visie, een enorme levenslust en een manier van denken die verrast.
Lees mee en ontdek waarom zij écht een paradijsvogel is!
Een paradijsvogel op mijn spreekuur
Soms is het maken van afspraken met patiënten een moeizaam proces. Het nakomen van afspraken is dan soms ook een uitdaging. De feitelijke invulling van deze afspraken zijn vaak heel bijzonder. Het overtuigen van deze patiënten vraagt heel veel creativiteit. Soms worden deze patiënten beschreven als ‘vreemde eend’, omdat er een zeer patiëntgebonden benadering wordt gevraagd voor het maken en invullen van afspraken, welke vaak niet overeenkomen met het gebruikelijke traject. Ik vind deze populatie patiënten juist geweldig, dit is hét recept voor  mooie, en meestal hele bijzondere gesprekken.
Vandaag heb ik zo’n bijzonder gesprek! Ik heb een nazorggesprek na een diagnose ‘beginnende dementie’. Tijdens het maken van die afspraak gaf mevrouw aan: ‘Ik heb geen nazorggesprek nodig, het gaat namelijk goed met mij. En ik kom er zeker niet speciaal voor naar het ziekenhuis.’ ‘Mag de geriatrieverpleegkundige u dan misschien bellen?’ Gelukkig bleek dit wel een goede optie. Ik heb vooraf al rekening gehouden met voldoende tijdsruimte, zodat tijdsdruk mijn gesprek niet zou beïnvloeden.
De telefoon gaat over…
Een vriendelijke welbespraakte stem, absoluut passend bij de foto uit het patiëntendossier, klinkt door de telefoon. Al snel neemt mevrouw de regie in het telefoongesprek. ‘Je kent mij niet, dus ik zal even vertellen wie ik ben!’ Belangstellend luister ik naar haar verhaal. Zij is beeldend kunstenares en werkt het liefst met naakte modellen; die zijn puur en kunnen niets verbergen. Het werken met deze modellen stimuleert haar om vanuit haar gevoel kunstwerken te maken. Het prikkelt haar creativiteit wat altijd smaakt naar meer. Zelfs met haar inmiddels 83 jaar is zij nog steeds actief.
Mevrouw vertelt dat zij het beste gedijt in haar eigen kringen. M.a.w.: kunstenaars onder elkaar begrijpen elkaar het beste. Daarnaast voelt zij zich thuis begrepen, veilig en vrij. Dat is fijn, want wie wil dit niet? Het is aan ‘gewone’ mensen niet uit te leggen dat het denkproces van een kunstenaar dusdanig creatief is, dat dit ook merkbaar is in hun visie op de maatschappij, de wereld, maar ook op eigen functioneren en zorgvraag.
Op mijn vraag ‘Hoe gaat het nu met u na zo’n vervelende diagnose?’ komt er een zeer uitgebreid antwoord. Het verhaal gaat enigszins van hak op de tak, maar in de kern geeft ze aan dat een diagnose dementie haar, voor haar gevoel, tot een monster heeft gemaakt. Een bijzondere woordkeuze, maar het maakt haarfijn duidelijk hoe zij zich voelt. Ik heb haar hulp aangeboden, maar deze hulp accepteert ze alleen als die personen bij haar thuis komen, of het via de telefoon kunnen bieden en… ze dus haar eigen regie zal behouden!
Kunstzinnige activiteiten geven haar een zinvolle dagbesteding. Deze activiteiten samen met gelijkgestemden geven waardevolle sociale contacten en prachtige gesprekken. Dit geeft haar absoluut kwaliteit van leven. Nu is het de kunst aan zorgmedewerkers om haar heen, om met elkaar te verkennen hoe men dit soort bijzondere mensen van een goede en passende zorg kunnen voorzien.
Volgens afspraak bel ik na ons gesprek ook nog even met haar broer, de eerste contactpersoon uit het dossier. Na een update van mijn kant zegt hij: ‘Ondanks dat mijn zus er een zeer bijzondere manier van leven op nahoudt, wat zo nu en dan een echte uitdaging oplevert, is zij echt een prachtig mens waar ik nog iedere dag heel veel van leer. De verpleging noemde haar een paradijsvogel. Ik denk dat dat de enige goede beschrijving is. Mijn zus is een bijzondere paradijsvogel!’
#MooiMens #PrachtigeDoelgroep #Geriatrieverpleegkundige #PassieVoorZorg #PoliGeriatrie #Dementie #Ouderenzorg #Paradijsvogel #Kunstenares #Schrijver #NieuwBoek #Pareltje #Spreekuur #MooieGesprekken #Auteur #UpdateMaandag

Die ene magische ontmoeting

Zinderende zomer… en toch denk ik aan de winter! ☀️🎄 Met 30 graden zou je niet verwachten dat ik nu al in kerststemming ben. Maar sommige ontmoetingen blijven je bij—en zetten je even in een heel andere tijd. Vandaag, tijdens #UpdateMaandag op weg naar 1 oktober, deel ik het bijzondere verhaal van een patiënt die mij verraste én een grote glimlach op mijn gezicht bracht. Lees mee en ontdek waarom ik nú al zin heb in kerst!

Magische ontmoeting

Tijdens de voorbereiding van mijn spreekuur stuit ik op een foto in het patiëntendossier van een patiënt die vandaag gaat komen. Qua uitstraling heb ik al een beeld van hem en de man ook al een beroep aangemeten, al kon ik er op dit moment nog geen vinger opleggen.

Bij binnenkomst in de spreekkamer blijkt deze 80-jarige meneer, een hele grote man te zijn, stevig gebouwd met een buikje. Prachtig grijs haar, een mooie lange baard en hele dikke wenkbrauwen. De pretogen met flinke lachrimpels en het blosje op de wangen achter de bril maken het plaatje echt compleet.

Er volgt een aangenaam gesprek, waarbij ook het werk wat meneer gedaan heeft ter sprake komt. Hij vertelt dat hij een kind uit een gezin van 12 is. En dat het in die tijd heel normaal was dat je snel ging werken om financieel bij te dragen om zo het gezin draaiende te houden. Als 12-jarige jongen moest hij gaan werken en begon hij als schillenjongen(boer). Dat betekende met een houten kar langs de deuren, hard roepen dat je eraan kwam, om op die manier dan emmertjes met bijvoorbeeld aardappelschillen op te halen. Deze werden dan weer gekookt en uiteindelijk gevoerd aan de varkens op de boerderij. Die houten kar was dus eigenlijk zoals de huidige groene kliko. Daarna is hij gaan werken als bijrijder op de vrachtwagen. En later als chauffeur op een oliewagen en op zeer grote vrachtwagens. Het opladen van materiaal ging toen over het algemeen zonder hulpmiddelen zoals liften en palletwagens, gewoon met eigen (in het geval van mijn patiënt met hele grote) handen en spierkracht. De laatste jaren van zijn werkzame leven heeft hij rioleringen gereinigd voor de gemeente. Kortom, altijd zwaar werk gedaan en nooit stil gezeten.

Ik vraag hem wat hij nu nog doet om zijn tijd een beetje te vullen… Hij verzekert mij ervan dat hij nog steeds tijd te kort komt! Hij staat nog steeds regelmatig met diverse kramen op de rommelmarkt, inclusief het neerzetten en opruimen van de kramen zelf. En….

(nu komt het)

… in de kerstperiode is hij nog altijd Kerstman op scholen, in lokale verzorgingshuizen en andere organisaties die hem inhuren. Yes, ik wist het gewoon!!! Ik heb dé Kerstman in burger in mijn spreekkamer. Geef deze man een mooi rood pak aan, een kerstmuts op, een arrenslee onder zijn billen en het plaatje is echt compleet!

Aan het einde van het gesprek zeg ik: ‘Meneer R, uhhh Kerstman, ik wens u nog een fijne dag.’ Ik zie hem breedlachend mijn spreekkamer uitlopen, de gang in. Zonder om te kijken steekt hij nog even zijn hand op en zwaait nog even zoals alleen een kerstman dat doet. En ik hoor hem roepen: ‘Ho Ho Ho!’ Mijn dag kan niet meer stuk! Nu al zin in de kerst… even geduld nog, het is pas november.

De essentie van mijn Pareltjes serie

Ouderen, een prachtige doelgroep die echte aandacht verdient.

Ouderen, waar ze zich ook bevinden, ze vragen eigenlijk allemaal hetzelfde: oprechte aandacht en een goed gesprek. Dit zie ik niet alleen tijdens mijn werk in het ziekenhuis, maar ook in het dagelijks leven, bijvoorbeeld in de supermarkt of op straat. Waar ik ouderen ook tegenkom, merk ik hun grote behoefte aan menselijk contact. Dit lijkt te groeien naarmate ze ouder worden.

Uit onderzoek blijkt dat sociale netwerken van ouderen vaak kleiner worden door het verlies van dierbaren, gezondheidsproblemen en verminderde mobiliteit. Dit maakt betekenisvolle gesprekken des te belangrijker. Terwijl hun sociale kring krimpt, neemt hun behoefte aan diepgaande gesprekken en echte verbinding juist toe.

Dit besef loopt als een rode draad door mijn werk. 

In Pareltjes uit de ouderenzorg liet ik zien hoe waardevol het werk in de ouderenzorg is, vol warme en bijzondere momenten, maar ook met de uitdagingen die het vak kent. 

Pareltjes van de Geriatrische Trauma Unit gaf een inkijkje in de zorg binnen het ziekenhuis, waarin verpleging en persoonlijke gesprekken samenkomen. 

En nu, met Pareltjes uit mijn spreekkamer, belicht ik de gesprekken en verbindingen die ontstaan in de polikliniek, waar kwetsbare ouderen begeleiding krijgen in hun gezondheidsreis.

Ouderen hebben misschien minder mensen om zich heen naarmate ze ouder worden, maar hun behoefte aan echt contact maken, oprechte aandacht en een goed gesprek blijft groeien. In mijn werk en in mijn boeken staat de menselijke kant van de zorg centraal. Want echte verbinding kan voor hen het verschil maken. Dat is de essentie van mijn Pareltjes-serie.

Eerder uitgebrachte boeken 📚

Mijn schrijverspad begon met Van persoonlijkheid naar dementie (2018), uitgebracht op Wereld Alzheimerdag. Een boek over Roy welke ik samen met zijn echtgenote en dochter heb geschreven. Dit boek is gebaseerd op een waargebeurd verhaal, maar niet alle stadia zijn exact zoals hij ze zelf heeft meegemaakt. Ik heb mijn eigen ervaring en kennis als uitgangspunt gebruikt om een compleet beeld te schetsen van dementie in al zijn facetten, van de eerste signalen tot de impact op naasten.

Daarna volgde Pareltjes uit de ouderenzorg (2019), een eerbetoon aan de zorgverleners die dag in, dag uit met passie en toewijding voor ouderen zorgen. Dit boek verzamelt verhalen uit het verzorgingshuis, verpleeghuis en woonzorgcentrum, plekken waar ouderen niet alleen zorg ontvangen, maar ook hun levensverhalen en humor delen. Naast hartverwarmende momenten laat het boek ook de uitdagingen van de ouderenzorg zien. Want ondanks de druk op de sector blijft het een prachtig vak, vol menselijke verbindingen die soms klein lijken, maar een grote impact hebben.

Op het 5-jarig bestaan van de GTU verscheen Pareltjes van de Geriatrische Trauma Unit (2023), waarin ik mijn ervaringen vanaf een verpleegafdeling in het ziekenhuis heb verwerkt. Hier beschrijf ik warme, ontroerende en leerzame momenten tussen verplegend personeel en patiënten, verhalen die vaak verborgen blijven achter gesloten deuren, maar die de essentie van goede zorg prachtig illustreren.

Tijdens het schrijven van Pareltjes uit de ouderenzorg brak de coronatijd uit, en besloot ik mijn ervaringen vast te leggen in een aparte verhalenbundel: Een persoonlijke kijk op de coronatijd (2024). Dit boek is geen onderdeel van de Pareltjes-reeks, maar een intiem verslag van hoe ik de crisis beleefde, zowel als verpleegkundige in het ziekenhuis als privé. Naast indrukwekkende en confronterende gebeurtenissen waren er ook humoristische anekdotes en waardevolle ontwikkelingen die nog steeds hun invloed hebben.

En nu, op 1 oktober 2025, verschijnt mijn vijfde boek: Pareltjes uit mijn spreekkamer! Dit keer neem ik je mee naar de polikliniek Geriatrie, waar ik bijzondere gesprekken voer met kwetsbare ouderen en hun familieleden. Hier draait het niet alleen om medische zorg, maar ook om begeleiding op fysiek, mentaal en sociaal vlak. De polikliniek is een schakel tussen zorg en kwaliteit van leven, waardoor elk gesprek een diepere laag krijgt. Mooie persoonlijkheden, lieve patiënten, bezorgde familieleden, bijzondere gesprekken en ontroerende momenten. Dit boek geeft een unieke inkijk in de dynamiek van werken in de spreekkamer.

#Auteur #BoekInDeMaak #OprechteAandacht #PareltjesUitMijnSpreekkamer #PrachtigePersoonlijkheden #Geriatrieverpleegkundige #Boeklancering #1Oktober2025 #EchteGesprekken #Menselijkheid #HumorInDeZorg #Verbinden #ProffessioneelNetwerk #UpdateMaandag

Kind van Dementie: een indringende blik op jonge mantelzorgers

Gisteren was ik te gast bij een bijeenkomst voor casemanagers in opleiding, georganiseerd door de Christelijke Hogeschool Ede (CHE) en Dementie academie. Tijdens deze bijeenkomst heb ik de documentaire Kind van Dementie van Rhanna Tolboom gezien. Een afstudeerproject van een jongere die naast haar opleiding ook volop mantelzorger was. Een documentaire die diepe indruk op mij heeft gemaakt.
Als geriatrieverpleegkundige werk ik veel met mantelzorgers, die vaak oudere familieleden ondersteunen. Maar ‘Kind van Dementie’ richt de schijnwerpers op een groep die vaak onzichtbaar blijft: jonge mantelzorgers die binnen een gezin opgroeien met een ouder die dementie heeft. Hun verhalen zijn rauw, eerlijk en confronterend. Het laat zien hoe zij, vaak zonder keuze, een enorme zorgtaak dragen terwijl ze zelf nog volop in ontwikkeling zijn.
Na het zien van deze documentaire was er een mogelijkheid om met de documentairemaakster en de cast in gesprek te gaan. Wat mij het meest raakte? De veranderende rollen binnen het gezin. Een vader die altijd voor zijn dochter zorgde, maar door dementie wordt die rol omgedraaid. Even ter voorstelling: als dochter van 18 jaar je vader moeten helpen met wassen of naar het toilet begeleiden omdat hij dat zelf niet meer kan…is vooral heel ongemakkelijk voor beide. De impact hiervan is dus groot. “Soms zijn dingen zoals ze zijn, maar ze zijn zeker niet zoals ze horen te zijn.”
Daarnaast werd ook de emotionele laag van dit proces zichtbaar. In een interview verwoordde Rhanna dit het treffend: “Je gaat je van tevoren natuurlijk afvragen hoe het zal zijn als hij er niet meer is en nadenken over de momenten die hij na zijn dood niet meer zal meemaken. Maar het is echt een constant rouwproces. Telkens neem je weer een stukje afscheid. Je loopt in dat opzicht ook achter de feiten aan. Elke keer verwerk je weer een stukje en dan staat het volgende alweer voor de deur.”
De genoemde voorbeelden worden ook door oudere mantelzorgers ervaren, maar voor jonge mantelzorgers lijkt de impact vaak intenser. Door de fase van het leven waarin zij zitten, waarin normaal gesproken studie, sociale ontwikkeling en toekomstplanning centraal staan, valt de zware zorgtaak extra op en heeft het diepe emotionele en praktische gevolgen.
Er bestaan vaak vooroordelen over jongeren, maar deze jonge mantelzorgers laten zien hoe groot hun verantwoordelijkheidsgevoel is. Ze durfden zich kwetsbaar op te stellen, spraken in de documentaire openhartig over hun ervaringen en tonen een enorm doorzettingsvermogen en ongekende kracht door hun ogenschijnlijk onuitputtelijke draagkracht en toewijding in de zorg voor hun ouders.
Mantelzorg is essentieel, maar mag nooit vanzelfsprekend zijn. Laten we deze jongeren (maar eigenlijk alle mantelzorgers) niet vergeten en oprecht vragen:
Hoe gaat het met jou?
Heb jij de documentaire al gezien? Kijk hem anders via onderstaande link:
Verder delen = heel waardevol!

Mijn schrijfreis: Van idee tot manuscript

Schrijven is zoveel meer dan woorden op papier zetten. Het is een reis—een proces vol inspiratie, twijfel, doorzettingsvermogen en verfijning.
De eerste vonk Pareltjes uit mijn spreekkamer is een verhalenbundel. De verhalen ontstaan op een bijzondere manier: in de spreekkamer zelf. Tijdens een gesprek ontstaat er écht contact, een moment waarin mensen hun ervaringen en emoties delen zonder barrières. In die uitwisseling ontvouwt zich vanzelf een verhaal, een parel die zijn weg vindt naar de bundel. Elk verhaal is uniek, gevormd door de ontmoeting, het gesprek, en de diepgang die op dat moment plaatsvindt.
Van idee naar manuscript Sommige verhalen kostten tijd om precies goed te krijgen. Soms begon ik helemaal opnieuw, zoekend naar de juiste woorden, toon en balans. De verhalen zijn chronologisch geplaatst, waardoor de afwisseling tussen positieve en minder lichte momenten natuurlijk aanvoelt. Deze structuur werkte al goed in Pareltjes uit de ouderenzorg en Pareltjes van de geriatrische trauma-unit, en ook nu helpt het om de verhalen vloeiend in elkaar te laten overlopen.
Schrijven, schrappen, herschrijven Een eerste versie is zeker niet perfect. Ik weet wat ik wil vertellen in mijn verhalen, maar het vinden van de juiste woorden, de ideale zinsopbouw en het passende toon- en taalgebruik is een zoektocht. Soms klinkt een passage goed in mijn hoofd, maar komt deze op papier nog niet helemaal tot zijn recht. Dan is het schrappen, herschrijven en verfijnen, een proces dat geduld en precisie vraagt. Gelukkig komt in deze fase een redacteur om de hoek kijken. Zij controleert mijn teksten en past ze aan zonder mijn eigenheid aan te tasten. Dat is best heel knap, ze bewaakt de authenticiteit en intentie van mijn verhalen, terwijl ze zorgt voor helderheid en een vloeiende leeservaring. Dankzij haar werk krijgt het boek die extra laag verfijning die het verdient.
De diepere laag De verhalen in de bundel dragen een diepere laag, echte ontmoetingen, pure emoties. Elk verhaal weerspiegelt een stukje menselijkheid, een moment van herkenning of een inzicht dat blijft hangen. Tijdens het schrijven groeit die betekenis verder; de ruwe woorden krijgen leven, de emotie wordt voelbaar, de verbinding tastbaar. Wat begon als een gesprek in de spreekkamer, verandert in een vertelling die niet alleen het moment vastlegt, maar ook iets oproept bij de lezer. Niet alleen om te lezen, maar om te voelen, te reflecteren en zich af te vragen: Hoe zou ik reageren in deze situatie? Wat zou ik doen? Soms confronteren verhalen, soms troosten ze, soms openen ze een nieuw perspectief. Maar boven alles zetten ze aan tot nadenken, over de kracht van een gesprek, de waarde van luisteren, en de impact die een eenvoudige uitwisseling van woorden kan hebben op een mensenleven.
De laatste loodjes En dan het magische moment: de afronding! Het manuscript krijgt zijn definitieve vorm, de laatste puntjes worden op de i gezet, en het gevoel van trots en verwachting groeit. Nu breekt een spannende fase aan: de proeflezers krijgen het boek in handen. Hun frisse blik helpt om de tekst nog verder te verfijnen. Zijn de verhalen helder, raken ze zoals bedoeld? Hun feedback is waardevol en draagt bij aan de laatste optimalisaties. Daarnaast kijk ik uit naar de proefdruk. Het is een bijzonder moment om het boek voor het eerst fysiek te zien, om de pagina’s om te slaan en de verhalen tot leven te zien komen. Pas dan voelt het écht tastbaar, als het resultaat van maanden werk.
Want een boek is pas écht compleet wanneer het zijn weg vindt naar de lezer. Wanneer woorden niet alleen gelezen worden, maar ook iets losmaken en aanzetten tot nadenken.
#MijnSchrijfreis #BoekInDeMaak #PareltjesUitMijnSpreekkamer #PrachtigePersoonlijkheden #Geriatrieverpleegkundige #Boeklancering #1Oktober2025 #EchteGesprekken #Menselijkheid #HumorInDeZorg # Verbinden #ProffessioneelNetwerk #UpdateMaandag