Inspiratie blog

Wortelen (20-4-2026)

Soms gebeurt er iets bijzonders tijdens het schrijven. Je denkt dat je één boek aan het maken bent, maar ineens merk je dat er twee verhalen tegelijk willen groeien. Alsof er onder de grond al wortels lagen die elkaar allang gevonden hadden. Ik hoefde ze alleen maar zichtbaar te maken.

Op mijn laptop staan nu drie schermen open. Links het boek voor zorgprofessionals. Rechts het boek voor mantelzorgers. En in het midden zit ik, met een hoofd dat soms voelt als een kruispunt waar ideeën van alle kanten tegelijk binnenkomen. Het grappige is: het werkt. Sterker nog, het voelt alsof dit precies de bedoeling was.

Want hoe meer ik schrijf, hoe duidelijker het wordt: menselijkheid is geen vakterm is voor zorgproffesionals. Het is geen protocol. Het is geen methode. Het is iets dat overal wortelt waar mensen voor elkaar zorgen. Of dit nu is in het ziekenhuis, in het verpleeghuis, in de thuiszorg, maar net zo goed aan de keukentafel waar een partner zijn geliefde helpt met de dagelijkse dingen.

De inzichten die ik opschrijf voor zorgprofessionals, blijken net zo waardevol voor mantelzorgers. Het taalgebruik verschilt, de voorbeelden zijn iets anders, maar de kern blijft hetzelfde: zorg begint bij echt contact, bij oprechte aandacht en bij echte verbinding. Bij durven zien wat er onder de oppervlakte leeft.

Mijn oorspronkelijke idee groeit naar: Twee boeken. Twee titels. Eén wortelstelsel.

Het voelt alsof ik niet twee projecten aan het schrijven ben, maar één boom die twee stevige takken vormt.

De ene reikt naar de wereld van zorgverleners in de professionele zorg.

De andere naar de wereld van mantelzorgers in de zorg thuis.

En allebei putten ze uit dezelfde grond: menselijkheid.

Het idee ontkiemt… (13-4-2026)

“Iets wat je aandacht geeft, groeit.”

Ik heb het altijd een mooie uitspraak gevonden — en de laatste tijd merk ik hoe waar hij is.

Mijn dochter groeit richting volwassenheid. Ze is op zichzelf gaan wonen, een mijlpaal die voelt als een trotse kip met gouden veren. Haar opvoeding is klaar, maar er ontstaat iets nieuws: een andere, waardevolle relatie. Ik zie een jonge vrouw die op haar eigen manier verder groeit. Dat maakt me met trots en geeft een enorme boost aan energie.

Ook lichamelijke aandacht doet wonderen. Soms zit het in kleine dingen: een bril waardoor lezen minder vermoeiend is, gehoorapparaten die luisteren weer ontspannen maken, medicatie die overgangsklachten tempert. En juist die medicatie bracht iets onverwachts mee: mijn mentale mist trok op.

Het voelt alsof mijn hersencellen weer soepel met elkaar communiceren. Alsof er ruimte is, rust en samenwerking. En dat uit zich in iets prachtigs: creatieve ideeën. Normaal gesproken komt mijn creatieve rechterhersenhelft ’s nachts tot leven — lees vooral mijn blog Dagelijks gedoe voor die nachtelijke chaos — maar deze keer besloot mijn linkerhelft dat het anders moest. Eerst slapen, dán creëren.

En dat gebeurde.

Toen ik mijn ogen opende, kwam er een stortvloed aan ideeën. Bijna niet bij te houden. Alsof het zaadje wat was geplant precies nu besloot te ontkiemen.

En dat zaadje?
Soms hoef je niet harder te werken, maar alleen aandacht te geven aan wat al in je zit.
Dan groeit het vanzelf.
Dit zaadje groeit uit tot… een nieuw boek.

 

Een zaadje gepland (7-4-2026)

Na het uitgeven van mijn boek Pareltjes uit mijn spreekkamer viel ik in een gat.
Zo voelde het tenminste.
Alsof er ineens iets wegviel waar ik maandenlang naartoe had gewerkt.
Een soort leegte waarvan ik even niet wist wat ik ermee moest.

Maar de laatste tijd kijk ik er anders naar.
De term “in een gat vallen” heeft iets negatiefs.
Je kunt het ook positief zien als ruimte hebben voor iets nieuws.
Ruimte die vrijkomt omdat iets afgerond is.
Ruimte waar iets nieuws mag ontstaan.
Niets moet, alles mag.

Mijn vader zei vroeger altijd:
“Let op… daar waar de ene deur dichtgaat, gaan er andere open.”
En misschien is dat precies wat hier gebeurt.

Mijn man Richard zei laatst:
“Misschien moet je eens opschrijven hoe jij zorg verleent. Dan kunnen jonge zorgprofessionals daar misschien van leren.”
Een heel mooi en waardevol idee. Maar ik had nog geen richting, nog geen beeld van hoe dat eruit zou kunnen zien.

Mijn eerdere boeken kwamen allemaal voort uit direct contact met zorgvragers.
Uit de dagelijkse praktijk waarin ik volop werkzaam ben.
Uit het microniveau waar ik mij thuis voel.

Tijdens een kennismakingsgesprek met Ayse Yazilitas van het auteursfestival kwam het ter sprake: Dat ‘gat’ wat ik inmiddels ‘ruimte’ noem.
En ineens dacht ik: misschien is dit geen zoektocht, maar een vorm van persoonlijke groei.
Een andere blik op dezelfde situatie, die door de juiste woorden van negatief naar positief kantelt.

Misschien is het tijd om een stap te zetten.
Zoals Ayse het zei: “Van microniveau naar macroniveau.”
Van alleen zelf zorg verlenen naar ook collega’s meenemen, ondersteunen, begeleiden en inspireren.

Soms voelt iets als een val, terwijl het eigenlijk een opening is.
Een opening naar iets wat nog geen vorm heeft, maar wel al klopt.
Als ik eruit ben wat ik ermee ga doen, zal ik het zeker met jullie delen.

Foto: desaseni.com