Een pareltje in mijn spreekkamer!
Een heteroanamnese is een gesprek met een naaste ter voorbereiding op het gesprek van de patiënt met de geriater. Vervolgens worden er diverse tests afgenomen door een verpleegkundig specialist.
Na dit voortraject komt de patiënt bij mij op gesprek voor de nazorg. Vandaag heb ik een gesprek met een zeer betrokken dochter, waarbij mijn nieuwsgierigheid gewekt wordt naar de patiënte zelf. Ik zie geen foto in het dossier, dus ik moet het hebben van de verbale omschrijving die ik van haar dochter krijg én mijn eigen fantasie.
Het verhaal wat ik hoor klinkt zorgelijk! Het betreft hier een zeer kwetsbare 80-jarige dame met een overbelast mantelzorgsysteem. De schreeuw om hulp is groot. Ik doe wat ik kan ter voorbereiding op het inzetten van hulp. Op dit moment is de wachtlijst lang en duurt het ongeveer 7 maanden voordat er een casemanager dementie beschikbaar is. Na een paar telefoontjes heb ik gelukkig iemand gevonden die al heel snel mevrouw zou kunnen bezoeken.
En dan is het wachten op mijn ontmoeting met deze mevrouw…
We zijn ongeveer twee weken verder en ik ontmoet mevrouw en dochter in de wachtkamer. Met de dochter heb ik al kennis gemaakt, maar mevrouw zie ik nu voor het eerst. Ze voldeed volledig aan mijn beeld; een dame van Surinaamse afkomst met een heel lief gezicht. Mevrouw zit, enigszins voorovergebogen, in een rolstoel. Terwijl ik naar mevrouw en dochter loop, zie ik dat mevrouw meteen naar haar dochter draait en vriendelijk zegt. ‘Jij moet alle vragen maar beantwoorden, hoor!’ De dochter legt mij kort uit dat haar moeder erg gespannen is en dat ik het gesprek maar met haar moet voeren. Voor mij is dit prima. Ik kijk nog eens naar mevrouw en zie inderdaad een enorme spanning in haar gehele lijf, onrustig zit ze aan haar kleding te plukken, wat heen en weer te wiebelen in haar rolstoel en schichtig om zich heen kijken.
Ik begin mijn gesprek met uit te leggen wie ik ben, wat ik ga doen en wat ik vooral…. níet ga doen. Ik ga geen testen meer afnemen of moeilijke vragen stellen, ik ga meedenken over hoe nu verder. Ik beantwoord de vragen die de dochter van mevrouw voor mij heeft. Ik richt af en toe het gesprek naar mevrouw, maar stel haar geen vragen. Ondanks dat ik mijn gesprek zo nu en dan naar haar richt durft ze mij niet aan te kijken.
Na een minuut of tien zegt mevrouw ineens uit het niets heel zachtjes: ‘Mag ik misschien ook iets vragen?’ Er volgt oogcontact! ‘Maar natuurlijk mag u iets vragen, graag zelfs!’ De sfeer tijdens het gesprek voelt blijkbaar dusdanig veilig en ontspannen dat mevrouw het aandurft zelf ook vragen te stellen. Er volgt echter geen vraag, maar een uitleg…
‘Toen ik bij die zuster (mevrouw bedoelt de verpleegkundig specialist) was vroeg zij heel veel. Ze stelde heel veel vragen waar ik vaak het antwoord niet op wist. Ik ga achteruit, dat weet ik, maar dat het zo erg was, was heel emotioneel en confronterend. Het lag niet aan die zuster, hoor, maar die testen waren gewoon heel moeilijk!’
Geheugentesten als deze afnemen is ons dagelijks werk, maar soms worden we weer even met de neus op de feiten gedrukt. Voor de patiënt zijn de testen naar en zeer confronterend. Echter is het wel noodzakelijk om een goed beeld te krijgen waar het in het hoofd precies misgaat.
Als ik dit mevrouw vertel begrijpt mij maar al te goed.
‘Dus ze weet nu precies waar het misgaat? Ik heb dus dementie. Is daar wat aan te doen?’
Ik moet haar teleurstellen en melden dat we dementie helaas nog niet kunnen genezen.
‘We kunnen alleen met u meedenken en u gaan begeleiden, zodat we verdere achteruitgang een beetje kunnen terugduwen. Daarvoor krijgt u een casemanager toegewezen, een steuntje in de rug voor u, maar ook voor uw dochter.’
Na een kort nadenkmomentje zegt mevrouw: ‘Ik vind alles goed als ze maar niet meer zulke moeilijke vragen gaat stellen. Moet ik al die vragen nog een keer doen?’
Daarin kan ik haar wel geruststellen. ‘Nee, dat hoeft niet meer. We hebben een diagnose waar we mee verder kunnen. Een nieuwe test zou uitwijzen wat we mogelijk al weten, namelijk dat u langzaam achteruitgaat. We gaan u daar dan ook niet meer mee plagen!’
Direct zie ik het laatste restje spanning uit haar lichaam verdwijnen en er verschijnt een mooie en ontspannen glimlach op haar lieve gezicht. Mevrouw maakt hierna actief deel uit van het gesprek en stelt nog wat vragen of heeft een opmerking.
Prachtig, wat een mooie omslag in ons contact!
Helaas is dit nazorggesprek ook ons laatste gesprek op de poli Geriatrie. Hierna zal de inmiddels betrokken casemanager dementie mevrouw en dochter zo goed mogelijk gaan begeleiden.
Verhaal ook gepubliceerd in DementieVisie



Magische ontmoeting
Ouderen, een prachtige doelgroep die echte aandacht verdient.
Mijn schrijverspad begon met Van persoonlijkheid naar dementie (2018), uitgebracht op Wereld Alzheimerdag. Een boek over Roy welke ik samen met zijn echtgenote en dochter heb geschreven. Dit boek is gebaseerd op een waargebeurd verhaal, maar niet alle stadia zijn exact zoals hij ze zelf heeft meegemaakt. Ik heb mijn eigen ervaring en kennis als uitgangspunt gebruikt om een compleet beeld te schetsen van dementie in al zijn facetten, van de eerste signalen tot de impact op naasten.
Gisteren was ik te gast bij een bijeenkomst voor casemanagers in opleiding, georganiseerd door de
Schrijven is zoveel meer dan woorden op papier zetten. Het is een reis—een proces vol inspiratie, twijfel, doorzettingsvermogen en verfijning.
Na enige vertraging is het eindelijk zover, een boek vol bijzondere momenten, inzichten en verhalen die laten zien hoe krachtig gesprekken en echte verbindingen kunnen zijn. In een wereld waarin alles snel gaat en digitale communicatie de norm is, blijven échte gesprekken een onmisbare bron van contact, verdieping en menselijkheid.