Wortelen

Soms gebeurt er iets bijzonders tijdens het schrijven. Je denkt dat je één boek aan het maken bent, maar ineens merk je dat er twee verhalen tegelijk willen groeien. Alsof er onder de grond al wortels lagen die elkaar allang gevonden hadden. Ik hoefde ze alleen maar zichtbaar te maken.

Op mijn laptop staan nu drie schermen open. Links het boek voor zorgprofessionals. Rechts het boek voor mantelzorgers. En in het midden zit ik, met een hoofd dat soms voelt als een kruispunt waar ideeën van alle kanten tegelijk binnenkomen. Het grappige is: het werkt. Sterker nog, het voelt alsof dit precies de bedoeling was.

Want hoe meer ik schrijf, hoe duidelijker het wordt: menselijkheid is geen vakterm is voor zorgproffesionals. Het is geen protocol. Het is geen methode. Het is iets dat overal wortelt waar mensen voor elkaar zorgen. Of dit nu is in het ziekenhuis, in het verpleeghuis, in de thuiszorg, maar net zo goed aan de keukentafel waar een partner zijn geliefde helpt met de dagelijkse dingen.

De inzichten die ik opschrijf voor zorgprofessionals, blijken net zo waardevol voor mantelzorgers. Het taalgebruik verschilt, de voorbeelden zijn iets anders, maar de kern blijft hetzelfde: zorg begint bij echt contact, bij oprechte aandacht en bij echte verbinding. Bij durven zien wat er onder de oppervlakte leeft.

Mijn oorspronkelijke idee groeit naar: Twee boeken. Twee titels. Eén wortelstelsel.

Het voelt alsof ik niet twee projecten aan het schrijven ben, maar één boom die twee stevige takken vormt.

De ene reikt naar de wereld van zorgverleners in de professionele zorg.

De andere naar de wereld van mantelzorgers in de zorg thuis.

En allebei putten ze uit dezelfde grond: menselijkheid.