đŒ Tai Chi woont in mijn brein (15-04-2026)
Mijn hoofd is nooit stil. Echt nooit! Gedachten razen, plannen botsen, herinneringen duwen zich naar voren. IdeeĂ«n tuimelen over elkaar heen als ongeduldige kinderen in een rij. To-doâ lijstjes roepen om aandacht, terwijl oude gesprekken en vergeten afspraken zich ineens weer melden. Mijn brein is een volle inbox zonder filter, een groepsapp waarin iedereen tegelijk praat, een storm van dingen die zichzelf allemaal nĂș belangrijk lijken te vinden. Als een kruising in een Chinese miljoenenstad tijdens spitsuur, vol claxons en herrie, overal scooters en voetgangers en echte georganiseerde chaos, maar dan nu zonder duidelijke richting.
Tijdens de Tai Chi-les is dat niet anders. Mijn gezicht fronsend van concentratie, mijn lijf zoekend naar balans, mijn hoofd vol met âDoe ik het goed?â, âWat komt hierna?â, âWaar is mijn voet?â. De bewegingen zijn traag, maar mijn gedachten razen. Focus is er, maar rust en ontspanning? Die moet ik nog vinden.
Die rust merk ik pas weer als ik buiten sta. Als ik de zaal verlaat, voel ik ineens hoe stil het in mijn hoofd was. Niet gemerkt op dat moment, maar wel daarna. Alsof de focus tijdens de les de drukte heeft verdreven. En dan, buiten, komt de realiteit weer binnen. Heel hard. Mijn brein pakt het razen weer op alsof het nooit is gestopt. Maar ik weet nu: er was rust. Er is rust. En ik kan er weer naartoe.
Maar in de dagen die volgen. In de week na de les merk ik het pas echt. Tai Chi blijft hangen. Niet als spierpijn, maar als een soort mentale imprint. Alsof er een laagje rust over mijn denken ligt. Niet altijd hoor, de storm komt soms ook gewoon weer terug. Maar ergens in mijn hoofd is een plek ontstaan waar het stiller is dan voorheen. Een plek die ik niet hoef op te zoeken, maar die zichzelf meldt. Een kleine energiebron die alles even opzij zet.
Nu weet ik: als mijn brein zich ontspant, zich even niet druk maakt om alles om haar heen, dan wordt zij vooral heel creatief! Vaak is dat het moment waarop de juiste woorden (om mooie stukjes te schrijven) zich aandienen. De juiste dosis humor en zelfspot (Vooral mijn eigen onhandigheid doet dan wonderen). En de juiste beeldvorming (denk maar aan de Panda, eetstokjes en de dumplings). Die probeer ik dan met zorg op papier te zetten (Dit resulteert in een dagboek van opgedane lessen). Zodat ik dit kan delen met anderen.
Terwijl ik hiermee bezig ben denk ik… Daar waar Tai Chi in welke vorm dan ook in mijn brein zit, is even geen ruimte voor andere dingen. Tai Chi heeft een plek gekregen in mijn hoofd. En die plek is stil. Die plek is van mij!
đŒ Qi tussen dumplings en de draken? (17-2-2025)
Het is Chinees Nieuwjaar. De tijd van draken, dumplings en duizenden wensen. De tijd van rode envelopjes, vuurwerk en familie. Maar ook: de tijd van bezinning. Want ergens tussen het geknal en de chaos zit een fluistering van rust. Van Boeddha. Van balans.
Ik dacht: âLaat ik dit jaar eens beginnen met een goede intentie.â Niet met goede voornemens die na drie dagen toch al verdampen, maar met iets zachters. Iets dat blijft hangen. Iets met betekenis. Dus ik zocht naar een ritueel, een moment of een beweging.
Mijn Chinese Boeddha glimlacht. Niet omdat ik het snap…, maar omdat ik het probeer. Want eerlijk is eerlijk: ik ben geen monnik. Ik ben een onervaren klungelende Panda met een hoofd vol plannen, een agenda vol activiteit en een lijf dat mijn Ik maar moet volgen. Maar ik wil wel. En dat telt.
In de Chinese traditie staat het nieuwe jaar voor hergeboorte. Voor het loslaten van het oude en het omarmen van het nieuwe. Boeddhisten reinigen hun huis, hun geest, hun intenties. Ze offeren wierook, buigen voor beelden, en wensen elkaar voorspoed.
En ik? Ik heb mijn woonkamer geveegd, een mandarijn gegeten en een YouTube-video gekeken over de acht boeddhistische symbolen. Dat telt toch ook? Misschien moet ik mij toch nog wat beter gaan verdiepen…
Chinees Nieuwjaar 2026 begint op dinsdag 17 februari: het Jaar van het Vuurpaard. Â
Een jaar dat staat voor energie, doorzettingsvermogen en vurige motivatie. Eigenlijk precies een jaar wat deze klungelende Panda nodig heeft!
Ik hoop dat dit het jaar wordt waarin ik niet harder ga, maar juist dieper. Niet méér activiteiten ga doen, maar alles wel bewuster ga doen. Ik hoop dat mijn Japanse Ki en Chinese Qi elkaar eindelijk gaan ontmoeten â ergens tussen intentie en beweging. Misschien is dit het jaar waarin ik leer â en voel â dat balans niet iets is wat je bereikt, maar iets wat je oefent. Elke dag weer. Steeds met hele kleine stapjes. Zelfs als die stap wankel is. En dat balans veel meer is dan mijn voeten op de juiste plek plaatsen…
Want balans is geen eindpunt. Het is een weg. Een weg van vallen, glimlachen, opstaan en doorgaan. Dit is mijn weg van de klungelende Panda. En wie weet⊠misschien vind ik mijn Qi wel ergens tussen de dumplings en de draken.
Ik wens nu iedereen een jaar van veel zachtheid. Van aandacht voor uzelf en voor elkaar. Geluk in alle vormen.Â
âïž Snowpossible 3: Hel van het Noorden? (11-1-2026)
Je zou denken dat ik na twee delen Mission Snowpossible wel klaar was met winteravonturen. Maar nee hoor. Koning Winter en het Nederlandse volk hadden andere plannen. Dus neem ik jullie graag nog een keer mee in mijn versie van deze ijskoude dagen.
âïžÂ Hamsteren 2.0 â De Noordelijke Noodvoorraad
Alsof de winter zelf nog niet genoeg entertainment bood, kwamen er uit het noorden van Nederland de berichten van nĂłg een pareltje binnen: hamsterende mensen in de supermarkt. Ja, echt! En wat gaat er dan als eerste de winkel uit? WCâpapier en brune bonen.
Natuurlijk, WCâpapier! De heilige graal van de Nederlandse noodvoorraad!
Wat is dat toch met Nederlanders? Bij COVID, een virus dat vooral verkoudheidsachtige klachten gaf, vlogen de pakken WCâpapier al de winkel uit alsof we massaal buikgriep kregen. Het was geen norovirus of voedselvergiftiging. Maar tĂłch stonden we met karretjes vol toiletrollen in de rij. Voor de zekerheid, want je weet maar nooit.
En nu? Nu dwarrelen er wat feestvlokken uit de lucht en hoppa, daar gaan we weer: Hamsteren op WCâpapier. Alsof sneeuw automatisch leidt tot acute sanitaire noodsituaties.
Het is bijna aandoenlijk: een volk dat bij elk spoortje crisis, groot of klein, denkt: âWeet je wat? Laten we voor de zekerheid maar genoeg inslaan om overal onze reet mee af te kunnen vegen. En dan zien we wel weer verder.â
đ„¶Â Friesland heeft andere natuurwetten
In Friesland gelden compleet andere natuurwetten. Bij een item op de NOS moĂ©t je als echte Fries met dit weer genieten van het koude winterweer. Van de sneeuw, van het ijs, of â voor de Ă©chte diehards â van een winterduik.
Heel Nederland zit ondertussen in een dubbelen truivoorraad, muts over de oren, sjaal tot over de neus, dekentje tot aan de navel en een kruik bij de voeten in bed. Maar in Friesland? Daar trekken ze gewoon een Frieseâvlagâzwembroek aan, hakken een wak in het ijs alsof ze op zoek zijn naar goud, enhoppa, ze laten zich er zonder enige twijfel langzaam in zakken.
Je staat erbij, je kijkt ernaar, en je denkt alleen maar: “Brrrrrrrrr…”
Het is alsof de Friezen een ingebouwde antivries hebben. Waar de rest van Nederland denkt: âDoe maar warm chocolademelk en een dekentje.â denken zij: âMooi waar! Ik spring dâr efkes yn.â
âïž De Drie Titanen van de WinterdienstÂ
Nu was ik, zoals jullie in een eerder deel al hebben kunnen lezen, onder de indruk van de vier grote sneeuwschuivers achter mij op de grote weg. Maar het kon mog indrukwekkender! De Nederlandse sneeuwruimdienst bracht zijn drie titanen in stelling. En geloof me: als deze jongens in beweging komen, dan weet je dat Koning Winter even achter zijn oor krabt.
Titan I â De Lavastorm, het Beest uit Groningen
De Lavastorm is geen sneeuwschuiver. Het is bijna een wintergod op wielen. Hij komt niet aanrijden, hij verschijnt. Met zijn gigantische schuif die sneeuw niet wegduwt maar vernietigt, zijn borstel die ronddraait alsof hij de aardkorst wil polijsten, en zijn pekeltank die gloeit als een enorme pan met pekelwater, is dit de ultieme eindbaas van Mission Snowpossible.
Als de Lavastorm de weg op gaat, voelt elke sneeuwvlok dat in zijn kristallen. De FeestâVlok stopt zelfs even met feesten. De ADHDâVlok twijfelt voor het eerst in zijn leven. De Stoere Vlok probeert nog stoer te doen, maar smelt halverwege zijn zin.
Nederland heeft er maar één. En dat is maar goed ook, want één Lavastorm is genoeg om een heel land te intimideren.
Titan II & III â De Firestorms, de Blitzbrigade van het Noorden
Waar de Lavastorm met zijn brute kracht en gloeiendhete pekel de eindbaas van de winterdienst is, vormen de Firestorms zijn twee kleinere hyperactieve broertjes. âKleinerâ is inderdaad een relatief begrip, want deze machines zijn nog steeds imposant genoeg om elke sneeuwvlok spontaan in retraite te sturen.
De Firestorms zijn gebouwd voor snelheid. Voor wendbaarheid. Voor pure winterchaosâbeheersing. Ze vliegen door bochten alsof ze in een winterse actiefilm zitten, schrapen ijslagen weg alsof het natte crackers zijn, en borstelen met een enthousiasme dat doet vermoeden dat ze caffeĂŻne in hun hydrauliek hebben zitten. Hun strooier werkt met de precisie van een chirurg en de felheid van een laserstraal.
Als de Lavastorm de tank is, zijn de Firestorms de twee razendsnelle flankaanvallers. Ze duiken op waar het nodig is, verdwijnen weer net zo snel, en laten achter zich een weg die zĂł schoon is dat je bijna verwacht dat er een keurmerk op staat.
Samen vormen ze een trio dat elke sneeuwstorm doet twijfelen aan zijn carriĂšrekeuze.
âïž De barre tocht van boodschappen doen
En dan komen natuurlijk de persoonlijke verhalen van mensen die hun dagritme proberen vol te houden, maar die door deze bijzondere omstandigheden ineens in een soort winterexpeditie terechtkomen.
Neem mijn familie in Friesland. Hun huis is aan de voorzijde compleet bestookt door sneeuwjachten. De wind had de sneeuw zĂł hoog opgestuwd dat de hele voorkant van de woning verstopt zat onder een massieve sneeuwduin. Een gordijn van sneeuw hing aan de buitenzijde voor het raam, waardoor het binnen donker werd alsof iemand de luxaflex had dichtgetrokken, maar dan van ijs.
Dat betekent dus dat je je huis aan de achterkant moet verlaten om boodschappen te doen. Niet op de fiets. Niet met de auto. Nee, gewoon lopend met de slee. Origineel, zou je denken. Bijna romantisch zelfs. Tot je het landschap ziet.
Want even ter beeldvorming: het heeft zĂł hard gesneeuwd en gewaaid dat het hele vertrouwde decor volledig is verdwenen. Alles is wit. Alles is heuvelig. Alles is anders. Er ligt zoveel sneeuw, in zulke grillige duinen, dat er geen enkel onderscheid meer te maken is tussen de weg, de stoep, het grasveld en de sloot. Het is alsof iemand de wereld opnieuw heeft getekend, maar dan met alleen met een zak witte watten.
Zelfs voor een doorgewinterde Fries â iemand die al jaren in dit gebied woont, die elke bocht, elk paadje en elke slootrand kent â wordt de tocht van drie kilometer naar het volgende dorp  voor de boodschappen een uitdaging, een bare tocht!
âïž De ijzige nasleep
En dan⊠na al die sneeuw, sneeuwduinen, sneeuwjachten en sneeuwpoppen⊠gebeurt er iets wat bijna nóg indrukwekkender is dan de storm zelf: het wordt stil. Windstil. Alsof Koning Winter even op de pauzeknop drukt om zijn eigen werk te bewonderen. Maar die stilte is verraderlijk. Want met die stilte komt de echte kou.
In Eelde werd een temperatuur gemeten van â11,9 graden, met een gevoelstemperatuur van â15. Dat is het soort kou waarbij je adem wolkjes maakt die eruitzien alsof je een miniâstoomlocomotief bent. Het soort kou waarbij je wimpers bevriezen als je te lang niet knippert. Het soort kou waarbij zelfs de Stoere Vlok even denkt: âOkĂ©, dit is serieus. Waar is mijn winterjas?â
En met die vrieskou ontstaan er meteen nieuwe wintertaferelen. Je weet dat je in het echt koud is wanneer er ineens een ijsbreker door het Prinses Margrietkanaal ploegt. Een enorme stalen kolos die met onverstoorbare kracht de vaargeul weer openmaakt. Het water spat op, bevriest halverwege de lucht, en landt als glinsterende scherven op het ijs. Een beeld van pure noordelijke poëzie.
âïž GalopskieĂ«n â Markeloâs ijskoude comeback
En dan, alsof de winter zelf besloot een nostalgisch cadeautje uit te delen, gebeurde er iets dat al 16 jaar niet meer mogelijk was geweest: galopskieën in Markelo. Niet omdat niemand er zin in had, maar simpelweg omdat de sneeuw nooit lang genoeg bleef liggen. Tot nu.
Door de snijdende kou was de sneeuw veranderd in een soort natuurlijke piste: hard, strak en zo betrouwbaar dat zelfs de meest doorgewinterde skiliefhebber dacht: âJa hoor, dit kan weer.â
Voor wie het niet kent: Je staat op skiâs. Je houdt je vast aan een touw. En een paard trekt je voort alsof je in een midwinterse versie van Mario Kart zit. Het doel? Zo snel mogelijk een ronde afleggen zonder: je evenwicht te verliezen je skiâs kwijt te raken of spontaan gelanceerd te worden richting een nabijgelegen weiland.
Het is spectaculair en typisch Nederlands: zodra er ergens sneeuw en ijs ligt, verzinnen we een sport.
âïž De Grootste Sneeuwpop van Nederland â versie 2.0
Alsof de winter nog niet genoeg records had gebroken, verscheen er in Espelo ineens weer een gigant: de grootste sneeuwpop van Nederland. Espelo, dat voorgaande jaren al het record in handen had, heeft zichzelf opnieuw overtroffen. De eerder gebouwde sneeuwpop in Staphorst moest zijn kersverse titel alweer afstaan. Espelo heeft het record weer stevig teruggepakt.
Deze nieuwe reus is 16 meter hoog. Zonder hoed. Met hoed zou hij waarschijnlijk boven de boomgrens uitsteken. Eerlijk gezegd: dit is geen sneeuwpop meer. Dit is een sneeuwmonument.
âïž Stamppotâseizoen op volle toeren
En alsof het universum het allemaal perfect had getimed, vlogen de stamppotreclames van onder andere de Jumbo je om de oren. Boerenkool, hutspot, zuurkool alles met dampende rookpluimen en vrolijke gezinnen die doen alsof ze niet net drie keer zijn uitgegleden op de oprit. Het past precies bij deze week. Een week waarin Nederland veranderde in een winterfilm
âïž Het venijn zit âm bij Koning Winter ook in de staart
Alsof Koning Winter nog één keer wilde laten zien wie er écht de baas is, gooide hij er afgelopen nacht nog een verraderlijke bonusronde tegenaan: regen op een ijskoude ondergrond. Het resultaat? IJzel. De gevreesde glazige sluipmoordenaar van het wegdek. En dus opnieuw code oranje in bijna het hele land.
Hier in Spijkenisse en de regio Rotterdam? Niets aan de hand. Een beetje nattigheid, een beetje kou, maar verder vooral mensen die verbaasd naar het weerbericht keken en dachten: âWaar dan?â
Maar in het noorden⊠daar was het een ander verhaal. Daar veranderde de weg in een spiegelgladde ijsvlakte met alle gevolgen van dien. Het leek alsof Elsa uit Frozen persoonlijk was langsgekomen om haar intrek te nemen. Je hoefde maar één stap buiten te zetten en je gleed al richting een nabijgelegen provincie.
Zelfs de winterdienst had het zwaar. Een strooiwagen kantelde door de gladheid en dan weet je dat het serieus is. Als zelfs de helden van de pekel het niet meer redden…
âïž Einde van een winterhoofdstuk
En zo komt er na vandaag echt een einde aan dit Koning Winterâavontuur, Nederland gaat na vandaag weer terug naar normaal. De sneeuwstormen, de sneeuwduinen, de titanen van de winterdienst, de Friese antivrieshelden, de sleeâexpedities, de galopskieĂ«n, de ijsbrekers en de sneeuwpoppen van zestien meter hoog. Het was een week die voelde als een complete winterfilm.
Want daarmee eindigt deze Mission Snowpossible reeks: een winterbeleving vanuit mijn perspectief, vol verwondering, chaos, humor, zelfspot, een hyperactief sneeuwvolkje en een flinke dosis koude tenen.
Tot de volgende missie! Want als Koning Winter ook maar één vlok laat vallen, weet ik zeker dat mijn sneeuwvolkje alweer klaarstaat om er een verhaal van te maken.
âïž Mission Snowpossible 2: de grote meltdown (9-1-2026)
Na het eerste deel van Mission Snowpossible had ik gedacht dat de winter zijn kruit wel verschoten had. Dat het ergste achter de rug was, dat de sneeuwschuivers weer in de schuur konden en dat Nederland langzaam zou ontdooien. Gewoon terug naar: âDoe maar normaal, dat is in ons land al gek genoeg.â Maar nee hoorâŠ
âïžTerugweg met anticlimax
Ik stapte in de auto, helemaal klaar voor een epische terugrit. Ik had me mentaal voorbereid op alles wat Koning Winter nog op me af kon gooien: sneeuwduinen die zich als kleine Alpentoppen op de weg hadden verzameld, horizontale vlokken die je zonder pardon in je gezicht meppen, autoâs die eruitzien als verdwaalde marshmallows, en windvlagen die mij in Rotterdam spontaan een afslag richting Drenthe zouden geven.
Maar nee, Koning Winter had andere plannen: “Nu even niet!” De weg was zĂł schoon dat ik me bijna afvroeg of ik per ongeluk in een reclame voor winterbanden was beland. Geen sneeuwvlok te bekennen, geen glijmomentje, geen drama. Alleen een strak, zwart wegdek…
Tot ik bij Spijkenisse kwam⊠en toen gebeurde het ondenkbare: de Hartelbrug stond open. De enige echte spanning van de hele terugreis. Ik zat daar in mijn auto, starend naar die brug alsof ik naar de finale van een realityshow keek. “Gaat âieâŠ? Gaat âieâŠ? Gaat âie wéér dichtâŠ?” Het duurde precies lang genoeg om mijn hartslag een fractie omhoog te krijgen, maar niet lang genoeg om er een spannend verhaal van te maken.Â
Een perfecte anticlimax. Alsof Koning Winter me even wilde plagen: âHier, een beetje spanning. Maar niet te veel hoor, rustig an he.â Toen de brug uiteindelijk met de traagheid van een slak op wintersport weer naar beneden zakte, voelde ik me bijna opgelucht. Bijna. Want eerlijk: zelfs mijn ruitenwisser had zich meer vermaakt dan ik.
âïžOerhollandse sneeuwtaferelen
Alsof het allemaal nog niet absurd genoeg was, doken er ineens sneeuwtaferelen op waar wij, Nederlanders, normaal alleen in documentaires over ScandinaviĂ« of de Alpen naar kijken. Je weet wel: van die beelden waarbij je denkt âGoh, leuk hoor, maar dat gebeurt hier toch nooit.â Nou⊠blijkbaar dus wel!
Daken van sportscholen, gymzalen, zwembaden, bouwmarkten en transporthallen begonnen te kreunen onder het gewicht van de sneeuw. Je hoorde het bijna: âEh⊠jongens? Dit was niet de afspraak. Wij zijn gebouwd voor wind, regen en hooguit een verdwaalde hagelbui. Niet voor een complete winterdeken van twintig centimeter.â En eerlijk: we zijn hier ook helemaal niet op gebouwd. Letterlijk niet.
Maar het mooiste of eigenlijk het meest typisch Nederlands, waren de schuine daken zonder sneeuwrekjes. In landen waar sneeuw normaal is, hebben ze van die handige hekjes die voorkomen dat een halve skipiste ineens van je dak glijdt. Hier niet! Hier vertrouwen we op hoop, optimisme en de gedachte: âAch joh maak je niet druk, dat smelt vanzelf wel.â
Totdat het dus niet vanzelf smelt, maar in één klap naar beneden komt. Een soort miniâlawine, maar dan met de energie van een Nederlandse verrassing: âHĂPPA! Hier is je sneeuwpakket, succes ermee!â
Dus ja, we hadden ineens een waarschuwing voor sneeuwlawines in Nederland. Niet van die heroĂŻsche Alpenvarianten, maar meer de huisâ, tuinâ en keukenlawines die je auto bedelven, je voortuin herinrichten of je buurman acuut in een sneeuwpop veranderen.
âïžIglohelden uit Veenendaal
En alsof de winter zelf al niet genoeg bijzondere verhalen opleverde, kwamen er ook nog twee jonge helden uit Veenendaal in het nieuws. Twee broers van 15 en 16 jaar, die besloten dat sneeuw niet alleen leuk is om mee te gooien, maar ook om iets goeds mee te doen.
Ze bouwden een eigen iglo in de tuin, zoân echte, ronde sneeuwkoepel waar je normaal alleen in Lapland overnacht, en besloten daar een nacht in te slapen voor het goede doel. Niet voor de lol. Niet voor TikTok. Maar om geld op te halen voor OekraĂŻense jongeren die thuis de zorg voor hun gezin dragen omdat hun ouders aan het front zitten.
En het mooiste? Ze haalden hier 16.000 euro mee op.
Het is zoân verhaal dat je even stil maakt. Tussen alle sneeuwpret, daklawines en winterchaos door zijn er dus ook gewoon twee tieners die denken: âWe kunnen hier iets mee doen.â En dat deden ze. In een zelfgebouwde iglo, in een winter die toch al geschiedenis schreef.
âïžDe Sneeuwhannekam
Als er zóveel sneeuw valt en je een vak hebt waarbij je écht de weg op moet, dan moet je dat natuurlijk veilig doen. Dus ik doe wat elke verantwoordelijke Nederlander doet: ik maak mijn auto sneeuwvrij. Alles. Dak, ramen, spiegels, kentekenplaat: het hele pakket. Tenminste⊠zover ik erbij kan.
Want even voor de beeldvorming: ik ben 155 centimeter hoog. Dat betekent dat ik prima bij mijn ruiten kom, maar dat mijn autodak zich ergens in de categorie âMount Everest Basecampâ bevindt. Ik kan ernaar zwaaien, ik kan ertegen praten, maar aanraken? Alleen met een trapje of een wonder.
Dus ja, mijn Seat heeft de afgelopen dagen rondgereden met een sneeuwhannekam op zijn dak. Zoân keurig, strak, bevroren kammetje dat precies laat zien tot waar mijn armen reiken. De rest bleef liggen alsof het met haarlak was vastgezet. En eerlijk: dat was ook zo. De temperatuur onder nul had de boel veranderd in een soort winterse gelâcreatie waar geen beweging in te krijgen was.
Ik reed dus rond met een auto die van bovenaf leek op een auto met een winterâhanenkam die dringend naar de kapper moest. Maar hĂ©, wĂ©l een veilige hanenkam. Voor zover mijn 155 centimeter dat toelieten.
âïžÂ De Samensmelting van Storm Goretti
Een dag later hoorde ik op de radio dat het oosten van het land inmiddels was veranderd in een soort meteorologische soapserie. Storm Goretti, die al dagenlang vanuit Frankrijk met haar armen stond te zwaaien alsof ze auditie deed voor een wervelwindâmusical, had besloten zich te samensmelten met een verse sneeuwbui. Ja, samensmelten. Alsof twee weersystemen boven Nederland een romantische winterswals hadden ingezet, compleet met elegante rondjes, onverwachte draaien en een tempo dat niemand meer kon volgen.
Het resultaat? Een sneeuwstorm met een zeer pittig karakter. (Wat hier in Nederland geen officiële storm is, windkracht 7 is niet hard genoeg)
In het oosten van het land vlogen de ADHD-vlokken horizontaal voorbij alsof ze haast hadden. Sneeuwjachten vormden zich op de meest willekeurige plekken: tegen lantaarnpalen, midden op fietspaden, en natuurlijk precies voor de voordeuren van mensen die nét dachten dat ze op tijd waren met sneeuwruimen. Ja jammer, begin maar helemaal opnieuw! De wind had er duidelijk plezier in en blies iedereen vrolijk een andere provincie in.
En ik? Ik reed daar, op mijn keurige, schone wegdek, luisterend naar de chaos alsof het een verslag was van een sportwedstrijd waar ik zelf niet aan mee mocht doen. Een beetje alsof je hoort dat er ergens een gigantisch sneeuwfeest van feestvlokken gaande is, maar jij niet op de gastenlijst staat.
Toch moest ik lachen. Want dit is typisch Nederland: het ene deel van het land verandert in een soort miniâAntarctica, terwijl het andere deel eruitziet alsof de winter per ongeluk een afslag heeft gemist.
âïžÂ Het NK Sneeuwpoppenbouwen â De Meltdown
Vrijdag was het dan zover: de uitslag van het NK Sneeuw-poppenbouwen. De jury had alle fotoâs bekeken, beoordeeld en gewikt en gewogen, met dat serieuze gezicht dat alleen mensen hebben die heel professioneel naar sneeuw kijken. Toen de winnaar eenmaal vaststond, werd één dappere 538âafgezant op pad gestuurd. Met de bokaal. Met de bloemen. En met de stille hoop dat er nog ĂĂ©ts van de winnende creatie overeind zou staan.
Hij kwam aan. Hij keek. Hij knipperde. Voor hem lag een zielig hoopje sneeuw dat eruitzag alsof iemand een sneeuwpop in de magnetron had gezet. Een soort sneeuwpannenkoek deluxe. De restanten van wat ooit een trotse, bollenâhoge kampioen was.
Zowel de sneeuwpop als de verslaggever hadden duidelijk last van een meltdown. De sneeuwpop letterlijk, hij lag erbij als een winterse pudding. De verslaggever figuurlijk, want hoe overhandig je in hemelsnaam een bokaal aan een plasje slushpuppy?
Gelukkig hadden we de fotoâs nog. Want zonder bewijs zou niemand geloven dat dit plasje winterellende ooit een volwaardige sneeuwpopcreatie was geweest. Met creativiteit, originaliteit, mooie materialen en nĂ©t dat beetje extra dat verder ging dan drie ballen en een winterpeen.
âïžDe Uitslag van het NK Sneeuwpoppenbouwen
De strijd was spannend, de sneeuw was creatief gebruikt en de jury had hun meetlinten nog maar net opgeborgen toen de uitslag binnenkwam.
đ„ 3e plaats â De Frozen sneeuwpop Olaf uit Goes Een klassieke sneeuwpop met charme, karakter en een keurige score van 8.
đ„ 2e plaats â âMens met flesje bier na het werkâ uit Groesbeek Een kunstwerk dat zĂł herkenbaar was dat heel Nederland er even in meeknikte. Score: 8,5.
đ„ 1e plaats â Het sneeuwpopgezinnetje voor baby Luna in Hoeven Het geboortebord had vertraging, dus de familie besloot een alternatief te maken: een compleet sneeuwpopgezinnetje voor de deur van hun pasgeboren Loena. Creatief, lief, onverwacht en precies het soort verhaal waar je van smelt. Daarmee winnen zij de bokaal van het NK Sneeuwpop Bouwen van Radio 538.
Een winterse overwinning met een witgouden randje.
En zo eindigt Mission Snowpossible 2: met een Nederlands Kampioen, met daklawines, iglohelden, hannekammen en sneeuwpoppen die spontaan de geest gaven. Of het hierbij blijft? Tja⊠met deze Nederlandse winter weet je het nooit. Want als Koning Winter nog één keer met zijn wenkbrauw beweegt, zit ik alweer klaar met mijn laptop, mijn camera, mijn veel te korte armen en mijn hyperactieve creatieve brein. Wordt vervolgd⊠misschien.
âïž Mission Snowpossible: De witte sneeuwschrik (7-1-2026)
Ik kan zo van alles genieten in deze winterse periode!
Na de allereerste sneeuwbui besloot ik lopend boodschappen te doen. Het witte landschap was prachtig. Die eerste dag heb ik heel veel fotoâs gemaakt en er zouden er nog vele volgen. Al wandelend, enigszins in gedachten verzonken, liep ik over de stoep toen er ineens een sneeuwschuiver mijn kant op kwam. Zo, dat was lang geleden dat ik die in mijn eigen wijk had gezien. Ik betrapte mezelf erop dat ik genoot van zoân eerste sneeuwschuivert.
Later in de week, terwijl ik naar huis reed, draaiden er achter mij vier sneeuwschuivers tegelijk de grote weg op. Indrukwekkend. Ik voelde me bijna, zo op kop rijdend, onderdeel van dit winters konvooi.
âïžHet sneeuwvlokkenâvolkje
Ik heb deze week ontdekt dat sneeuwvlokken persoonlijkheden hebben. Je hebt de ZenâVlok, die rustig naar beneden zweeft alsof hij net een yogales heeft gehad. En de ADHDâVlok, die zonder richting of rem precies in je oog waait en onderweg waarschijnlijk âWEEEE!â roept.
Dan is er de Dramatische Vlok, die valt alsof hij auditie doet voor een kerstfilm “Ohw help, ik smelt!”, en de Stoere Vlok, die op je neus landt met de attitude van: âIk smelt niet. Ohw toch wel.â
Maar mijn favoriet blijft de FeestâVlok. Die komt nooit alleen. Als je er één ziet, kun je er donder op zeggen dat er binnen drie seconden een complete sneeuwstorm achteraan komt. Motto: Hoe meer, hoe sneeuwiger.
âïž Special effects van Koning Winter
Van de week had Koning Winter duidelijk zin in extra effecten. Sneeuw dwarrelde rustig en geduldig naar beneden. En toen ineens: FLITS! Alsof hij even het grote licht aandeed om te checken of alles al wit genoeg was en of alle sneeuwvlokken netjes op hun plek vielen.
In één klap stond de wereld in de spotlight, een volledig witte scĂšne betrapt in één seconde. Vlak daarna rolde er een donder door de lucht, alsof Koning Winter en de FeestâVlok onder één hoedje spelen.
En ik? Ik stond daar als een soort levende sneeuwpop, half bevroren te koukleumen met een enorme grijns op mijn gezicht. Mijn lijf riep: âEcht serieus!? Kunnen we alsjeblieft gewoon naar binnen?!â Maar mijn brein en hart stonden te juichen: âAch, doe niet zo flauw. Dit is zeldzame winterse magie! Daar moet je van genieten zolang het er is.â
âïžMission Snowpossible
Vanochtend voelde ik me zelfs even trots. Je kent het wel: dat moment waarop je denkt dat je het hele leven onder controle hebt, inclusief het weer. Ik was extra vroeg van huis vertrokken, vastbesloten de sneeuwbui voor te blijven. En jawel hoor: ik reed over een bijna lege snelweg. Geen slip, geen glij, geen pirouette. Zelfs mijn auto leek onder de indruk.
Maar toen⊠Toen stapte ik uit op het parkeerterrein van het ziekenhuis, en precies op dat moment begon het te sneeuwen. Alsof het universum zei: âLeuk geprobeerd, schat, maar Ăk ben nog steeds de baas hier.â En toch voelde ik me trots. Alsof ik een geheime missie had volbracht. Mission Snowpossible.
Vanmiddag moet ik nog terug. En ze verwachten 9 tot 10 centimeter sneeuw. In Nederland staat dat gelijk aan: âSucces, het land gaat nu in vliegtuigstand.â
En dat brengt me bij die mop die vandaag weer pijnlijk actueel is:
Twee sneeuwvlokken dwarrelen samen door de lucht. De ene zegt vrolijk: âIk ga naar de Alpen om wintersporters blij te maken met een Instagramâwaardige verse sneeuwlaag!â De andere wrijft in zijn ijskristallen en zegt ondeugend: âIk ga naar Nederland⊠heel de boel ontregelen!â
En eerlijk, als ik zo doorga, moet ik misschien maar een vervolg schrijven. Mission Snowpossible 2: De Terugrit. Met in de hoofdrol: ik, een opgeladen telefoon, handschoenen en een auto die hopelijk net zo gemotiveerd is als ik.
âïžKleine dingen, grote glimlach
Toch zit het genieten echt in de details. Het is net onder het vriespunt, de gevoelstemperatuur door de wind ver daaronder. En dan heet de weerman op de radio De Vries. Een betere naam kun je als weerman niet krijgen. Hij klonk ook oprecht blij met dit weer. Hij voorspelde zelfs mogelijke temperaturen van -8 graden.
En als het zó gaat vriezen, weet ik één ding zeker: mijn vader krijgt hoge koorts. Een onschuldige variant gelukkig, elfstedenkoorts. Iedere dag komt de volgende Elfstedentocht volgens hem een dag dichterbij.
Ook de muziek op de radio past zich aan: winterse titels, koude teksten, en dan ineens âCold as Iceâ toepasselijker wordt het niet. Of toch wel⊠wanneer er spontaan een actuele, winterse tekst voorbij komt op een melodie die meteen in je hoofd blijft hangen. Dank je wel, Radio 538! LOL!
En dan zijn er nog die bijzondere initiatieven, zoals de recordpoging in Staphorst om de grootste sneeuwpop van Nederland te bouwen. Een oproep activeerde de hele gemeente. Sneeuw, materiaal, mankracht, alles werd aangeboden. Opperste sneeuwpop-concentratie! Het doel: een sneeuwpop van 12 meter hoog en daarmee het record werd gehaald! Heerlijk! Een 12 meter hoge sneeuwreus met autoband ogen en een pionneus, die mogelijk nog niet weg is als de mussen inmiddels dood van het dak vallen van de zomer!
Maar er is ook een wedstrijd uitgeschreven voor de mooiste sneeuwpop van Nederland. En alsof het allemaal nog niet vrolijk genoeg was, maakt Radio 538 er het NK Sneeuwpoppen bouwen van. Natuurlijk! Want waarom zou je een sneeuwpop bouwen als je er ook een nationale sport van kunt maken?
En natuurlijk weet ik ook dat sneeuw niet voor iedereen alleen maar magie betekent. Het kan zorgen voor glijpartijen, gedoe,  vertragingen, koude tenen en soms echt veel ellende. Juist daarom hoop ik dat mijn winterse mijmeringen, hoe klein ook, toch even een glimlach kunnen brengen, al is het maar voor één moment.
âïžSlot: De magie van sneeuw
Sneeuw doet echt iets wonderlijks met ons. Het legt niet alleen een witte deken over de wereld, maar ook over ons hoofd. Een soort zachte pauzeknop waardoor alles even vertraagt. En precies in die stilte begint de creativiteit te borrelen. Ineens zie je persoonlijkheden in sneeuwvlokken, hoor je donder als een grap van Koning Winter, en voelt elke dwarrelende vlok als een uitnodiging om even stil te staan en te genieten.
Misschien is dat wel het mooiste aan sneeuw: het maakt volwassenen weer een beetje kind, en kinderen weer een beetje dichter bij de winterse magie.
En ik?Â
Ik laat me er dankbaar door meevoeren. Want in een wereld die soms zo snel gaat, is het heerlijk om te merken dat een paar dwarrelende vlokken genoeg zijn om te vertragen, om mijn fantasie wakker te schudden en mijn dag een glanslaagje te geven. Daar waar menigeen denkt: âOh help, glad!â denk ik eerst: âOh, dat moet ik opschrijven in een mooi verhaal of vastleggen op een foto!â
Het zijn toch echt de kleine dingen die het doen.
đŒ Tai Chi met eetstokjes (21-12-2025)
Innerlijke rust en open energiestromen. Kortom: mooie energie. Het klinkt zo goed. Alsof je het kunt bestellen in een winkel, met een strik eromheen en een handleiding erbij. Maar het is een intense interne zoektocht zonder handleiding. Geen rechte lijn. Geen zen vanaf dag één. Meer een kronkelpad met struiken en keien, twijfels en af en toe een dumpling op je schoot. Â
Zucht… tja, Tai Chi is net als beginnen met eten met eetstokjes. En daar is mijn metafoor om te verwoorden wat ik ervaren heb!
Even voor de beeldvorming…Â
Het is bijna Kerst en ik zit aan tafel in een restaurant. Voor me: een dampend bord met heerlijke dumplings. Naast me liggen â jawel â twee eetstokjes! Als ik om me heen kijk, zie ik anderen ogenschijnlijk moeiteloos, bijna harmonieus met hun stokjes eten. Heel elegant en vloeiend alsof ze dit al jaren doen. Ik bekijk mijn eetstokjes en zie ze als een uitdaging. Een test van geduld, balans en beheersing.
Ik pak ze vast. De eetstokjes, hÚ! We zijn nog lang niet bij de dumplings. Uit alle macht probeer ik ze zo te houden dat het eruitziet zoals bij de andere restaurantbezoekers. Met veel spanning in mijn hand constateer ik: het lijkt te lukken. Even ontstaat er een glimlach. Maar dan⊠een frons van concentratie. Nu moeten die eetstokjes ook nog gaan bewegen om een dumpling te kunnen vastpakken. Ik probeer het. Mijn vingers verkrampen. Mijn adem versnelt. De stokjes doen alles wat ze niet moeten doen: Ze kruisen, ze glijden, ze vallen. Ze liggen werkelijk overal behalve ontspannen in mijn hand! En de dumplings? Die blijven gewoon veilig op hun bord liggen. Mijn eetstokjes voeren een choreografie van chaos op. En ik? Ik heb nog geen hap genomen. Die strijd met de eetstokjes is dan natuurlijk wel weer goed voor de lijn.
Maar ergens tussen de kramp en de frustratie, tussen de frons en de glimlach, ontstaat iets waardevols. Terwijl ik daar zat, met mijn stokjes in een kramp en mijn dumpling nog steeds onaangeroerd, besefte ik: dit is geen mislukking. Dit is oefenen. Oefening baart kunst. En alle begin is moeilijk. Herkenbaar? Is dit niet precies hoe Tai Chi begint: met stuntelende motoriek, vol intentie, maar vooral zoekend naar ontspanning?
Als ik enigszins de controle heb over mijn eetstokjes gaan we voor de dumplings! Ik pak er eentje vast, te straks. Zo glad als hij is, glipt hij tussen mijn stokjes uit en vindt de vrijheid. Flop zo onder het tafellaken op mijn schoot. Snel red ik de dumpling door hem met mijn vingers vast te pakken en hem met een vaartje terug te gooien op mijn bord. Hmmm met een glimlach bedenk ik dat ik had hem ook met dezelfde vaart gewoon in mijn mond had kunnen stoppen…
Goed, nieuwe poging! Ik pak er eentje vast, te los. Nog ver voor hij mijn mond bereikt valt hij tussen de eetstokjes vandaan met een stevige splash met de nodige spetters, terug op mijn bord. Ik voel de frustratie opborrelen. Ik ben in staat om een eetstokje stevig vast te pakken en in de dumpling te prikken als een vork. Ik bedenk op tijd dat ik mij in een restaurant bevind waar dit mogelijk niet zo gewaardeerd gaat worden….
Maar dan⊠Ik probeer het opnieuw. Ik ontspan mijn vingers. Ik vertraag mijn ademhaling. Ik laat mij eetstokjes de dumping grijpen. Heel ontspannen… De dumpling blijft hangen! Heel even dan he! Maar dat moment â dat ene moment van balans â daar begint iets te stromen. Tai Chi is op dit moment ook nog niet de perfecte houding. Het is de poging. Het is de glimlach na de mislukking. Het is de rust die langzaam groeit in deze chaos van bewegingen en gedachten. Mijn Chinese Qi is nog niet ontwaakt. Maar ze zit wel op een creatieve manier in mijn hoofd.
En ik? Ik oefen nog even stug verder met mijn eetstokjes, want ik heb inmiddels wel trek gekregen.
đŒ Een klungelende start (4-9-2025)Â
Soms begint een nieuwe weg niet met een sprong, maar met een wiebel.
Ooit was ik bedreven in Judo, Jiu-Jitsu en Aikido. Mijn lichaam was getraind, krachtig, soepel en betrouwbaar. Tegenwoordig is mijn lichaam een verzameling van artrose, overgewicht en een indrukwekkende meestergraad in het lichamelijk niets-doen. Met voelbare impact, helaas.
Ik wist: ik moest weer gaan bewegen. Dus probeerde ik van alles: zwemmen (meh), fitness (nee!), hardlopen (blessures), wandelen (mwoah). Alles geprobeerd, alles weer losgelaten. De motivatie verdween telkens sneller dan mijn sportschoenen uit de kast kwamen.
Tot ik aan het begin van dit seizoen, op 4 september 2025, de stap zette naar Tai Chi. Geen harder sporten, maar juist zachter. Een vorm van bewegen die past bij mij, mijn lijf en mijn leven op dit moment.
Tijdens de eerste les, ergens tussen het gewiebel en een verstoorde ademhaling, besefte ik dat ik mijn hele vroegere basis van motoriek en balans kwijt was. Het voelde alsof ik opnieuw moest leren lopen. En gelukkig dan in les 1⊠enkel maar voorwaarts.Â
âIk kan dit! Ik heb een vechtsportverleden,â dacht ik.Â
Hoe anders kan Tai Chi zijn? Japanse vechtsport, Chinese vechtkunst het zal toch wel raakvlakken hebben? Of⊠misschien toch niet?
Mijn lichaam dacht daar iets anders over: âBambi op glad ijs. Succes!â Nou ja, ik ben eigenlijk meer een panda. Zacht, rond en momenteel heel onhandig. Maar vastberaden.
Mijn Ki/Qi, mijn centrum, mijn zwaartepunt op de juiste plek, hoe je het ook wilt noemen, is al langere tijd verdwenen. Vroeger voelde ik het tot in mijn vezels. Nu dobber ik zonder anker. Toch, ondanks alle onhandigheid, merkte ik iets bijzonders: enthousiasme, nieuwsgierigheid en motivatie. Een drang om deze bewegingen mij eigen te maken. Een verlangen naar weer controle over mijn lijf. Een zoektocht naar balans én rust in mijzelf.
Misschien heb ik in Tai Chi iets gevonden waarin ik mij kan vastbijten. Iets wat mij blijvend kan motiveren. Iets wat ik nog heel lang kan blijven doen. Iets wat ik overal op mijn moment kan doen. Voor nu heb ik huiswerk meegekregen. Ik klungel nog even heerlijk door met mijn Panda-motoriek, maar ik beweeg weer. En… ik kijk nu al uit naar de volgende les.
