Feelgood verhalen

🌞Mission Sun-Impossible (1-7-2026)

Na enige tijd wachten, nadat Koning Winter al zijn sneeuwpoppen had afgebroken, zijn ijsduinen had gladgestreken en zijn pekelhelden met een welverdiend schouderklopje had bedankt, werd het stil. Te stil. Heel Nederland zat in een soort seizoens‑tussenfase. De vogels wisten niet of ze al moesten zingen. De mensen wisten niet of ze hun jas nog aan moesten houden. En de thermostaat wist niet of hij moest verwarmen of koelen.

Maar toen
 20 juni, qua datum bijna het begin van de zomer.

De dag waarop de Zomerkoningin besloot dat wachten iets is voor watjes. En dat tijdsontregeling misschien ook gewoon hoort bij klimaatsverandering. Ze kondigde zich niet aan met een vriendelijk zonnestraaltje of een zacht briesje. Nee. Ze kwam binnen alsof ze auditie deed voor The Voice of the Seasons. En als je het al probeerde: je kon niet om haar heen.

De Stroboscoop‑Storm

De lucht werd pikzwart. De wolken pakten zich samen alsof ze een groepsvergadering hadden met de agenda: “Hoe maken we onze entree zo dramatisch mogelijk?”  Antwoord: rolwolk! En toen barstte het los. Flits op flits op flits, een lichtshow die elke DJ op Tomorrowland spontaan jaloers zou maken. Donder die rolde alsof iemand een bowlingbal door de hemel gooide. Een God daarboven heeft een technofeestje! Zo’n 170.000 ontladingen! Zelfs Thor keek verbaasd op van zijn hamer. Zeus mompelde vanuit de Olympus: “Hey
 rustig aan meid.” Maar de Zomerkoningin was niet van plan rustig aan te doen. Ze had een gepassioneerde reputatie hoog te houden.

De Warmtekoepel

Terwijl de laatste flitsen wegstierven, vormde zich een gigantisch hogedrukgebied, een warmtekoepel, deze schoof vanuit Frankrijk boven Nederland. Voor vandaag had ik daar nog nooit van gehoord. Een atmosferische deksel die warme lucht naar beneden drukte, wolken wegduwde alsof ze niet op de gastenlijst stonden, en elk zuchtje wind smoorde. Het was alsof de Zomerkoningin zei: “Ik heb mijn eigen VIP‑hemel geregeld. Niemand komt erin, behalve hitte.”

De lucht werd strakblauw. De zon kreeg vrij spel. De warmte stapelde zich op en kroop vooral over in. Denk daarbij aan bakstenen in muren, maar ook aan onze huizen. De Zomerkoningin voelde de hitte onder haar voeten opborrelen en spreidde haar armen alsof ze het hele land wilde omhelzen of roosteren. Waarschijnlijk wordt het dat laatste. Haar jurk leek gemaakt van zonnestralen, haar haar wapperde in een niet‑bestaand briesje, en haar glimlach zei: “Welkom in MIJN seizoen. Het is zomer!!!”

De eerste tekenen van oververhitting

In Nederland merkte we dat meteen: De mussen vielen niet meer van het dak, ze lagen er al, vrijwillig, met mini‑waaier­tjes. De asfaltwegen begonnen zachtjes te glimmen en te smelten alsof ze in een sauna zaten die nĂ©t iets te enthousiast was ingesteld. Het rook zelfs een beetje naar warme rubber‑ellende. En toen gebeurde iets wat niemand had zien aankomen: de pekelhelden uit de winterverhalen werden opnieuw opgetrommeld. Niet om sneeuw te bestrijden of om ijs te breken. Maar om
 pekel te strooien tegen de hitte. Ze reden weer uit, de helden van de winterdienst, maar dit keer met een compleet nieuwe missie. Hun pekel moest nu water vasthouden in het asfalt, om te voorkomen dat de wegen zouden scheuren als een soort overbakken crĂšme brĂ»lĂ©e. De treinen reden langzamer, niet alleen omdat het moest, maar omdat zelfs het spoor dacht: “Ik ben hier niet voor gemaakt.” Onze bruggen dachten daar precies hetzelfde over. Ze stonden inmiddels in de stand “Ik ben even weg”, genietend van een onverwachte, maar zeer welkome douche van de boten van Rijkswaterstaat die ze moesten koelen om te voorkomen dat ze vast kwamen te zitten. Een soort wellness‑arrangement voor infrastructuur!

Mensen liepen rond met waterflessen alsof het heilige relikwieĂ«n waren. WC‑papier hamsteren was zĂł 2020, hydratatie was de nieuwe nationale obsessie. Ventilatoren en airco’s werden nationale schatten. Je kon er onderhand mee handelen op de zwarte markt. Een ventilator van de Action had dezelfde status als een zeldzame PokĂ©monkaart. En lieve lezers
 laten we eerlijk zijn: deze apparaten moet je kopen in de winter!   Net zoals je kerstversiering, lampjes en glitters eigenlijk in de zomer moet inslaan. Want zodra het seizoen begint, is alles Ăłf uitverkocht Ăłf drie keer zo duur! Oh, en even over kerst gesproken
 Over precies een half jaar is het weer zover. Kerstboom, kerstballen, lichtjes, warme chocolademelk en  de kou en sneeuw buiten…

Ruw uit mijn koele gedachte gestoord door iemand die ergens in een achtertuin riep: “Wie heeft de thermostaat op standje hel gezet!” Waarop een ander antwoordde: “Kan iemand misschien tegen God zeggen dat zijn eten Ă©cht wel warm is nu?” Een wereld die tegelijk trilt, waait, overstroomt en smelt

In Venezuela beeft de aarde op plekken waar ze helemaal niet hoort te beven. Geen Ring of Fire, geen bekende breuklijnen — en toch zware aardbevingen, ingestorte gebouwen, slachtoffers, chaos. Alsof de aarde daar even een onverwachte schok uitdeelde.

In Japan worden ruim 2 miljoen mensen geëvacueerd vanwege orkaan Mekkhala. En dat terwijl ze nog maar net bekomen zijn van extreme regenval, aardverschuivingen en overstromingen. Hele dorpen weggevaagd, wegen verdwenen, mensen op daken wachtend op redding.

En dan hier
wij smelten weg, puffend onder een hittekoepel, klagend over asfalt dat zacht wordt en ventilatoren die uitverkocht zijn. En toch — het contrast maakt het niet minder echt. Hittegolven, wat het bij ons inmiddels wel officieel is,  zijn óók natuurgeweld. Alleen voelt het minder spectaculair omdat het langzaam komt, niet in één klap.

Officiële waarschuwing: CODE ROOD vanwege de hitte

Let op, Nederland. De Zomerkoningin heeft haar zonnebrand‑scepter opgepoetst en de warmtekoepel boven ons land vastgeklikt alsof het een Tupperware‑deksel was. Vrijdag wordt een Sun‑Impossible‑dag. Wat gebeurt er dan? De temperatuur stijgt sneller dan een paniekzoektocht naar ventilatoren bij de Action. De lucht trilt alsof Nederland in een gigantische oven staat. Asfalt begint spontaan te twijfelen aan zijn carriĂšrekeuze. Mussen hebben collectief ontslag genomen en zijn naar een koel vakantieland vertrokken.  Mopperend: ‘Ik ben een zomervogel, geen ovenkip!’ Omdat de beloofde 40 graden geen voorspelling meer is, maar meer een uit te voeren dreigement.  Omdat de Zomerkoningin in “overdrive” staat en de atmosfeer die zich gedraagt alsof hij auditie doet voor een rampenfilm. Wat betekent dit voor jou? Drink water alsof je een spons bent. Zoek schaduw alsof het goud is. Vermijd asfalt alsof het lava is. En als je een ventilator hebt: bescherm hem met je leven. Hij is nu officieel familie!

CODE ROOD: De Dag Dat Nederland Smolt

Vrijdag, vandaag was het zover. Nederland werd wakker in een soort zonnige apocalyps. Om 10.00 uur werd al de 30 graden aangetikt. De lucht trilde. De tegels gloeiden. Het asfalt smolt. De Zomerkoningin was helemaal in haar element. Ze zette haar zonnebril op, smeerde een laag factor 500 op haar ego en zei: “Hier, hou m’n cocktail even vast. Ik ga iets historisch doen.” En dat deed ze. Ze draaide de thermostaat van het hele land open naar de Sahara‑stand en wachtte af…

In de loop van de middag verscheen de foto online: het magische, beruchte, angstaanjagende getal 40,0°C werd aangetikt. Heel even hield Nederland zijn adem in. Heel even leek het alsof we de geschiedenisboeken opnieuw zouden moeten herschrijven. Maar helaas. De thermometer kroop niet verder omhoog. De temperatuur bleef steken op 39,4°C — warm genoeg om asfalt zacht te maken en mussen vrijwillig te laten emigreren, maar niet warm genoeg om het record van 40,7°C uit 2019 te verslaan.

Het warmterecord werd dan misschien niet verbroken, maar het asfalt had daar een heel andere mening over. Hier en daar gaf het de strijd op. Het scheurde, het braste, het kwam omhoog alsof het probeerde te ontsnappen uit zijn eigen zwarte hel. Plakken wegdek die normaal keurig vlak liggen, stonden nu scheef als slecht gelegde dominostenen. Wegen veranderden in een soort lava‑landschap, met bobbels, barsten en gaten die leken te zeggen: “Zoek het even uit, ik ben klaar voor vandaag.” Gemeentes konden alleen maar machteloos toekijken. Er zullen dagen nodig zijn om alles te repareren,

Alsof het allemaal nog niet genoeg was, sneuvelde er wĂ©l een lokaal record. Op Terschelling werd het vandaag 33,6°C, een temperatuur die het eiland nog nooit eerder heeft gezien. De vuurtoren, normaal het trotse, stoere baken van het eiland, stond erbij als een druipkaars in de sauna. Je kon bijna zien hoe hij langzaam omlaag zakte, druipend van de hitte, alsof hij fluisterde: “Dit
 dit was niet de afspraak.” Zelfs de meeuwen hadden het opgegeven. Ze hingen als slappe waslijnen in de lucht, hopend op één zuchtje wind dat nooit kwam.

Alsof de hitte nog niet genoeg was, liep Nederland vandaag volledig vast in zijn eigen zomerchaos.

De stranden waren overvol en dan niet alleen met mensen, maar ook met kwallen die massaal waren aangespoeld en zich gedroegen als plakkerige, doorzichtige landmijnen. Festivals werden afgelast, winkels en bedrijven gesloten, en overal gold een tropenrooster dat eindelijk eens zijn naam eer aandeed. Mensen begonnen om 6 uur ’s ochtends, stopten om 11 uur, en smolten daarna verder in hun eigen tuin.

Bij een hoge flat, precies op het moment dat code rood werd afgegeven, besloten de bewoners om het alarm een beetje extra kracht bij te zetten. Ze deden massaal hun zonneschermen naar beneden. Allemaal. Allemaal rode schermen…. Het hele gebouw veranderde in één groot waarschuwingssignaal, alsof het KNMI persoonlijk had gebeld voor visuele ondersteuning.

En dan die saamhorigheid


Op de vluchtstrook van de snelweg werd in de brandende hitte een baby geboren. Heel even vergat iedereen de temperatuur. Heel even was Nederland één grote familie. Water knuffels en zelfs een meloen werd gebracht. En ja — als het een meisje is, had ze eigenlijk Summer moeten heten. Zijn ouders kozen voor Dorus wat ook heel leuk is.

Zelfs cafĂ©s sloten hun deuren, niet vanwege personeelstekort, maar uit angst voor de collectieve zweetwalm die binnen zou blijven hangen als een giftige wolk. Ik weet of het verband houd, maar… Natuurlijk kwam er ook een smogwaarschuwing, want waarom zou de lucht nog adembaar blijven. De code rood werd verlengd voor meerdere provincies, alsof de Zomerkoningin nog niet klaar was met ons.

Maar toen
 aan het einde van deze bloedhete dag
 gebeurde er toch iets magisch. De zon zakte langzaam weg achter de horizon en kleurde de lucht in tinten die alleen ontstaan wanneer een land op het randje van smelten staat: diep oranje, bloedrood, zacht paars. Een prachtige zonsondergang. Een prachtig plaatje! Een moment van stilte. Een moment waarop zelfs de hitte even leek te fluisteren: “Goed gedaan vandaag. Jullie hebben het overleefd. Tot morgen!”

De dag erna…

Vandaag is het weer zo’n dag waarop heel Nederland in een soort gespannen afwachting leeft.

De hitte hangt nog als een plakkerige deken over het land, maar ergens daarboven, achter die trillende luchtlagen, broeit iets groots. Ze verwachten zeer heftig onweer. We gaan van code geel/oranje/rood vanwege de hitte, naar code oranje in het hele land vanwege zware onweersbuien.

De weergoden hadden zich aangesloten bij het oranje legioen, helemaal in de stemming voor de volgende wedstrijd van het Nederlands elftal op het WK voetbal tegen Marokko. Niet zomaar een buitje, maar het soort dat je voelt aankomen in je botten. Het soort dat de lucht donker maakt alsof iemand het licht uitdoet. Het soort dat de Zomerkoningin zelf zou gebruiken als dramatische exit.

En jij? Jij staat al klaar. Want als het regent — Ă©cht regent — ga jij dan buiten staan? Laat je dan de hitte letterlijk van je afspoelen? Alsof een gewone hittegolf nog niet genoeg was, kwam er gisteren nog een primeur bij: de eerste officiĂ«le regionale superhittegolf‑status in Ell, Midden‑Limburg. Daarvoor moet het: vijf achtereenvolgende dagen ≄ 30°C zijn waarvan minimaal drie dagen ≄ 35°C Een soort tropische examenweek, maar dan voor het hele land. De laatste keer dat zo’n superhittegolf werd gehaald, was in 2020. Maar één ding was nog nooit gebeurd: een superhittegolf in juni. De Zomerkoningin had duidelijk iets te bewijzen.

Het bijna enige festival dat nog overeind stond, Concert at Sea op de Brouwersdam, kreeg een extra optreden dat niet op het programma stond. Een blikseminslag op het festivalterrein zelf. Niet ergens ver weg. Niet in de duinen. Maar op het hoofdpodium, midden in het feestgedruis. Een felle, witte flits die de hele Brouwersdam in één klap stil kreeg. Nou ja… voor héél even dan. Daarna veranderde het terrein in een apocalyptische strandversie van Mario Kart. Alsof dat nog niet genoeg was, werd Zeeland bestrooid met hagelstenen van 2 centimeter doorsnee. Knikkers van ijs die op tentdoeken tikten. Dit beloofde wat als het vannacht echt los zou gaan. Nog voordat de eerste druppel viel, hoorde je het al: een zware, donkere donder die van ver kwam aanrollen. Niet zo’n losse knal, maar een langgerekte, diepe brom die door je borstkas trilde alsof de hemel zelf zijn keel schraapte. De lucht flitste continu. Later bleek dat er ruim 300.000 ontladingen waren geweest. Dat is bijna het dubbele van de aankondiging van de Zomerkoningin aan het begin van dit verhaal. En toen ging het los.

Zeer zware onweersbuien met veel bliksem, en daarmee gepaard ook veel blikseminslagen met de nodige gevolgen: Veel branden door het hele land wegens blikseminslag. Brand in een woning met een rietendak. Volledig weggewaaide wieken van een monumentale molen. Drie jonge ooievaars gewond, nadat hun nest uit een boom was gevallen doordat de tak was afgebroken in de harde wind De Dondergod had duidelijk besloten dat hij ook een hoofdstuk wilde in dit verhaal. Zijn hoofdstuk eindigde niet met een regenboog. Niet met stilte. Maar met een flinke kostenpost voor de verzekeraars, die de volgende ochtend wakker werden in een land vol schadeformulieren, kapotte daken, verbrande balken, omgevallen bomen, en mensen die nog even moesten bekomen van de dondernacht.

Verkoelende slotgedachte

En zo eindigde Mission Sun‑Impossible met een knallende onweersbui en en nu temperaturen binnen het normale! Maar ook met een gedachte. Een wens. Een fluistering die alleen hoorbaar is voor wie Ă©cht zat weg te smelten.

Want ergens, heel ver weg aan de horizon van de toekomst, zweeft een gerucht. Een gerucht dat niet schreeuwt, maar zachtjes mompelt. Een gerucht dat zegt dat misschien — héél misschien — de Atlantic Meridional Overturning Circulation (AMOC) ooit een klein beetje verder verzwakt. Niet instort. Niet verdwijnen. Maar nĂ©t genoeg vertraagt om de gemiddelde temperatuur een tikje omlaag te duwen. Een klein beetje minder hitte. Een klein beetje meer ademruimte. Een klein beetje meer winter. En in dat kleine beetje schuilt een grote hoop op misschien wel iets meer… Misschien een piek naar een nieuwe ijzige tijd. Misschien een winter die weer Ă©cht winter durft te zijn. Misschien een Nederland waar je je adem ziet in de lucht, waar je vingers tintelen van de kou, waar de slootjes dichtvriezen zonder dat het meteen dooit. Misschien zelfs
 mogelijk weer een Elfstedentocht. En soms is “mogelijk” precies genoeg om een mens warm te houden of juist heerlijk af te koelen.

De Zomerkoningin kijkt nog één keer om, haar hittekoepel zachtjes weg knetterend boven het land. En zo eindigt Mission Sun‑Impossible niet met een punt, maar met drie stipjes


Mission Ice‑Possible
 misschien
 ooit


đŸŒ Tai Chi woont in mijn brein  (15-04-2026)

Mijn hoofd is nooit stil. Echt nooit! Gedachten razen, plannen botsen, herinneringen duwen zich naar voren. IdeeĂ«n tuimelen over elkaar heen als ongeduldige kinderen in een rij. To-do’ lijstjes roepen om aandacht, terwijl oude gesprekken en vergeten afspraken zich ineens weer melden. Mijn brein is een volle inbox zonder filter, een groepsapp waarin iedereen tegelijk praat, een storm van dingen die zichzelf allemaal nĂș belangrijk lijken te vinden. Als een kruising in een Chinese miljoenenstad tijdens spitsuur, vol claxons en herrie, overal scooters en voetgangers en echte georganiseerde chaos, maar dan nu zonder duidelijke richting.

Tijdens de Tai Chi-les is dat niet anders. Mijn gezicht fronsend van concentratie, mijn lijf zoekend naar balans, mijn hoofd vol met “Doe ik het goed?”, “Wat komt hierna?”, “Waar is mijn voet?”. De bewegingen zijn traag, maar mijn gedachten razen. Focus is er, maar rust en ontspanning? Die moet ik nog vinden.

Die rust merk ik pas weer als ik buiten sta. Als ik de zaal verlaat, voel ik ineens hoe stil het in mijn hoofd was. Niet gemerkt op dat moment, maar wel daarna. Alsof de focus tijdens de les de drukte heeft verdreven. En dan, buiten, komt de realiteit weer binnen. Heel hard. Mijn brein pakt het razen weer op alsof het nooit is gestopt. Maar ik weet nu: er was rust. Er is rust. En ik kan er weer naartoe.

Maar in de dagen die volgen. In de week na de les merk ik het pas echt. Tai Chi blijft hangen. Niet als spierpijn, maar als een soort mentale imprint. Alsof er een laagje rust over mijn denken ligt. Niet altijd hoor, de storm komt soms ook gewoon weer terug. Maar ergens in mijn hoofd is een plek ontstaan waar het stiller is dan voorheen. Een plek die ik niet hoef op te zoeken, maar die zichzelf meldt. Een kleine energiebron die alles even opzij zet.

Nu weet ik: als mijn brein zich ontspant, zich even niet druk maakt om alles om haar heen, dan wordt zij vooral heel creatief! Vaak is dat het moment waarop de juiste woorden (om mooie stukjes te schrijven) zich aandienen. De juiste dosis humor en zelfspot (Vooral mijn eigen onhandigheid doet dan wonderen). En de juiste beeldvorming (denk maar aan de Panda, eetstokjes en de dumplings). Die probeer ik dan met zorg op papier te zetten (Dit resulteert in een dagboek van opgedane lessen). Zodat ik dit kan delen met anderen.

Terwijl ik hiermee bezig ben denk ik… Daar waar Tai Chi in welke vorm dan ook in mijn brein zit, is even geen ruimte voor andere dingen. Tai Chi heeft een plek gekregen in mijn hoofd. En die plek is stil. Die plek is van mij!

đŸŒ Qi tussen dumplings en de draken? (17-2-2025)

Het is Chinees Nieuwjaar. De tijd van draken, dumplings en duizenden wensen. De tijd van rode envelopjes, vuurwerk en familie. Maar ook: de tijd van bezinning. Want ergens tussen het geknal en de chaos zit een fluistering van rust. Van Boeddha. Van balans.

Ik dacht: “Laat ik dit jaar eens beginnen met een goede intentie.” Niet met goede voornemens die na drie dagen toch al verdampen, maar met iets zachters. Iets dat blijft hangen. Iets met betekenis. Dus ik zocht naar een ritueel, een moment of een beweging.

Mijn Chinese Boeddha glimlacht. Niet omdat ik het snap…, maar omdat ik het probeer. Want eerlijk is eerlijk: ik ben geen monnik. Ik ben een onervaren klungelende Panda met een hoofd vol plannen, een agenda vol activiteit en een lijf dat mijn Ik maar moet volgen. Maar ik wil wel. En dat telt.

In de Chinese traditie staat het nieuwe jaar voor hergeboorte. Voor het loslaten van het oude en het omarmen van het nieuwe. Boeddhisten reinigen hun huis, hun geest, hun intenties. Ze offeren wierook, buigen voor beelden, en wensen elkaar voorspoed.

En ik? Ik heb mijn woonkamer geveegd, een mandarijn gegeten en een YouTube-video gekeken over de acht boeddhistische symbolen. Dat telt toch ook? Misschien moet ik mij toch nog wat beter gaan verdiepen…

Chinees Nieuwjaar 2026 begint op dinsdag 17 februari: het Jaar van het Vuurpaard.  

Een jaar dat staat voor energie, doorzettingsvermogen en vurige motivatie. Eigenlijk precies een jaar wat deze klungelende Panda nodig heeft!

Ik hoop dat dit het jaar wordt waarin ik niet harder ga, maar juist dieper. Niet méér activiteiten ga doen, maar alles wel bewuster ga doen. Ik hoop dat mijn Japanse Ki en Chinese Qi elkaar eindelijk gaan ontmoeten — ergens tussen intentie en beweging. Misschien is dit het jaar waarin ik leer — en voel — dat balans niet iets is wat je bereikt, maar iets wat je oefent. Elke dag weer. Steeds met hele kleine stapjes. Zelfs als die stap wankel is.  En dat balans veel meer is dan mijn voeten op de juiste plek plaatsen…

Want balans is geen eindpunt. Het is een weg.  Een weg van vallen, glimlachen, opstaan en doorgaan. Dit is mijn weg van de klungelende Panda. En wie weet
 misschien vind ik mijn Qi wel ergens tussen de dumplings en de draken.

Ik wens nu iedereen een jaar van veel zachtheid. Van aandacht voor uzelf en voor elkaar. Geluk in alle vormen. 

❄ Snowpossible 3: Hel van het Noorden? (11-1-2026)

Je zou denken dat ik na twee delen Mission Snowpossible wel klaar was met winteravonturen. Maar nee hoor. Koning Winter en het Nederlandse volk hadden andere plannen. Dus neem ik jullie graag nog een keer mee in mijn versie van deze ijskoude dagen.

❄ Hamsteren 2.0 – De Noordelijke Noodvoorraad

Alsof de winter zelf nog niet genoeg entertainment bood, kwamen er uit het noorden van Nederland de berichten van nóg een pareltje binnen: hamsterende mensen in de supermarkt. Ja, echt! En wat gaat er dan als eerste de winkel uit? WC‑papier en brune bonen.

Natuurlijk, WC‑papier! De heilige graal van de Nederlandse noodvoorraad!

Wat is dat toch met Nederlanders? Bij COVID, een virus dat vooral verkoudheidsachtige klachten gaf, vlogen de pakken WC‑papier al de winkel uit alsof we massaal buikgriep kregen. Het was geen norovirus of voedselvergiftiging. Maar tóch stonden we met karretjes vol toiletrollen in de rij. Voor de zekerheid, want je weet maar nooit.

En nu? Nu dwarrelen er wat feestvlokken uit de lucht en hoppa, daar gaan we weer: Hamsteren op WC‑papier. Alsof sneeuw automatisch leidt tot acute sanitaire noodsituaties.

Het is bijna aandoenlijk: een volk dat bij elk spoortje crisis, groot of klein, denkt: “Weet je wat? Laten we voor de zekerheid maar genoeg inslaan om overal onze reet mee af te kunnen vegen. En dan zien we wel weer verder.”

đŸ„¶Â Friesland heeft andere natuurwetten

In Friesland gelden compleet andere natuurwetten. Bij een item op de NOS moĂ©t je als echte Fries met dit weer genieten van het koude winterweer. Van de sneeuw, van het ijs, of – voor de Ă©chte diehards – van een winterduik.

Heel Nederland zit ondertussen in een dubbelen truivoorraad, muts over de oren, sjaal tot over de neus, dekentje tot aan de navel en een kruik bij de voeten in bed. Maar in Friesland? Daar trekken ze gewoon een Friese‑vlag‑zwembroek aan, hakken een wak in het ijs alsof ze op zoek zijn naar goud, enhoppa, ze laten zich er zonder enige twijfel langzaam in zakken.

Je staat erbij, je kijkt ernaar, en je denkt alleen maar: “Brrrrrrrrr…”

Het is alsof de Friezen een ingebouwde antivries hebben. Waar de rest van Nederland denkt: “Doe maar warm chocolademelk en een dekentje.” denken zij: “Mooi waar! Ik spring d’r efkes yn.”

❄ De Drie Titanen van de Winterdienst 

Nu was ik, zoals jullie in een eerder deel al hebben kunnen lezen, onder de indruk van de vier grote sneeuwschuivers achter mij op de grote weg. Maar het kon mog indrukwekkender! De Nederlandse sneeuwruimdienst bracht zijn drie titanen in stelling. En geloof me: als deze jongens in beweging komen, dan weet je dat Koning Winter even achter zijn oor krabt.

Titan I – De Lavastorm, het Beest uit Groningen

De Lavastorm is geen sneeuwschuiver. Het is bijna een wintergod op wielen. Hij komt niet aanrijden, hij verschijnt. Met zijn gigantische schuif die sneeuw niet wegduwt maar vernietigt, zijn borstel die ronddraait alsof hij de aardkorst wil polijsten, en zijn pekeltank die gloeit als een enorme pan met pekelwater, is dit de ultieme eindbaas van Mission Snowpossible.

Als de Lavastorm de weg op gaat, voelt elke sneeuwvlok dat in zijn kristallen. De Feest‑Vlok stopt zelfs even met feesten. De ADHD‑Vlok twijfelt voor het eerst in zijn leven. De Stoere Vlok probeert nog stoer te doen, maar smelt halverwege zijn zin.

Nederland heeft er maar één. En dat is maar goed ook, want één Lavastorm is genoeg om een heel land te intimideren.

Titan II & III – De Firestorms, de Blitzbrigade van het Noorden

Waar de Lavastorm met zijn brute kracht en gloeiendhete pekel de eindbaas van de winterdienst is, vormen de Firestorms zijn twee kleinere hyperactieve broertjes. “Kleiner” is inderdaad een relatief begrip, want deze machines zijn nog steeds imposant genoeg om elke sneeuwvlok spontaan in retraite te sturen.

De Firestorms zijn gebouwd voor snelheid. Voor wendbaarheid. Voor pure winterchaos‑beheersing. Ze vliegen door bochten alsof ze in een winterse actiefilm zitten, schrapen ijslagen weg alsof het natte crackers zijn, en borstelen met een enthousiasme dat doet vermoeden dat ze caffeïne in hun hydrauliek hebben zitten. Hun strooier werkt met de precisie van een chirurg en de felheid van een laserstraal.

Als de Lavastorm de tank is, zijn de Firestorms de twee razendsnelle flankaanvallers. Ze duiken op waar het nodig is, verdwijnen weer net zo snel, en laten achter zich een weg die zĂł schoon is dat je bijna verwacht dat er een keurmerk op staat.

Samen vormen ze een trio dat elke sneeuwstorm doet twijfelen aan zijn carriĂšrekeuze.

❄ De barre tocht van boodschappen doen

En dan komen natuurlijk de persoonlijke verhalen van mensen die hun dagritme proberen vol te houden, maar die door deze bijzondere omstandigheden ineens in een soort winterexpeditie terechtkomen.

Neem mijn familie in Friesland. Hun huis is aan de voorzijde compleet bestookt door sneeuwjachten. De wind had de sneeuw zĂł hoog opgestuwd dat de hele voorkant van de woning verstopt zat onder een massieve sneeuwduin. Een gordijn van sneeuw hing aan de buitenzijde voor het raam, waardoor het binnen donker werd alsof iemand de luxaflex had dichtgetrokken, maar dan van ijs.

Dat betekent dus dat je je huis aan de achterkant moet verlaten om boodschappen te doen. Niet op de fiets. Niet met de auto. Nee, gewoon lopend met de slee. Origineel, zou je denken. Bijna romantisch zelfs. Tot je het landschap ziet.

Want even ter beeldvorming: het heeft zĂł hard gesneeuwd en gewaaid dat het hele vertrouwde decor volledig is verdwenen. Alles is wit. Alles is heuvelig. Alles is anders. Er ligt zoveel sneeuw, in zulke grillige duinen, dat er geen enkel onderscheid meer te maken is tussen de weg, de stoep, het grasveld en de sloot. Het is alsof iemand de wereld opnieuw heeft getekend, maar dan met alleen met een zak witte watten.

Zelfs voor een doorgewinterde Fries — iemand die al jaren in dit gebied woont, die elke bocht, elk paadje en elke slootrand kent — wordt de tocht van drie kilometer naar het volgende dorp  voor de boodschappen een uitdaging, een bare tocht!

❄ De ijzige nasleep

En dan
 na al die sneeuw, sneeuwduinen, sneeuwjachten en sneeuwpoppen
 gebeurt er iets wat bijna nóg indrukwekkender is dan de storm zelf: het wordt stil. Windstil. Alsof Koning Winter even op de pauzeknop drukt om zijn eigen werk te bewonderen. Maar die stilte is verraderlijk. Want met die stilte komt de echte kou.

In Eelde werd een temperatuur gemeten van –11,9 graden, met een gevoelstemperatuur van –15. Dat is het soort kou waarbij je adem wolkjes maakt die eruitzien alsof je een mini‑stoomlocomotief bent. Het soort kou waarbij je wimpers bevriezen als je te lang niet knippert. Het soort kou waarbij zelfs de Stoere Vlok even denkt: “OkĂ©, dit is serieus. Waar is mijn winterjas?”

En met die vrieskou ontstaan er meteen nieuwe wintertaferelen. Je weet dat je in het echt koud is wanneer er ineens een ijsbreker door het Prinses Margrietkanaal ploegt. Een enorme stalen kolos die met onverstoorbare kracht de vaargeul weer openmaakt. Het water spat op, bevriest halverwege de lucht, en landt als glinsterende scherven op het ijs. Een beeld van pure noordelijke poëzie.

❄ GalopskieĂ«n – Markelo’s ijskoude comeback

En dan, alsof de winter zelf besloot een nostalgisch cadeautje uit te delen, gebeurde er iets dat al 16 jaar niet meer mogelijk was geweest: galopskieën in Markelo. Niet omdat niemand er zin in had, maar simpelweg omdat de sneeuw nooit lang genoeg bleef liggen. Tot nu.

Door de snijdende kou was de sneeuw veranderd in een soort natuurlijke piste: hard, strak en zo betrouwbaar dat zelfs de meest doorgewinterde skiliefhebber dacht: “Ja hoor, dit kan weer.”

Voor wie het niet kent: Je staat op ski’s. Je houdt je vast aan een touw. En een paard trekt je voort alsof je in een midwinterse versie van Mario Kart zit. Het doel? Zo snel mogelijk een ronde afleggen zonder: je evenwicht te verliezen je ski’s kwijt te raken of spontaan gelanceerd te worden richting een nabijgelegen weiland.

Het is spectaculair en typisch Nederlands: zodra er ergens sneeuw en ijs ligt, verzinnen we een sport.

❄ De Grootste Sneeuwpop van Nederland – versie 2.0

Alsof de winter nog niet genoeg records had gebroken, verscheen er in Espelo ineens weer een gigant: de grootste sneeuwpop van Nederland. Espelo, dat voorgaande jaren al het record in handen had, heeft zichzelf opnieuw overtroffen. De eerder gebouwde sneeuwpop in Staphorst moest zijn kersverse titel alweer afstaan. Espelo heeft het record weer stevig teruggepakt.

Deze nieuwe reus is 16 meter hoog. Zonder hoed. Met hoed zou hij waarschijnlijk boven de boomgrens uitsteken. Eerlijk gezegd: dit is geen sneeuwpop meer. Dit is een sneeuwmonument.

❄ Stamppot‑seizoen op volle toeren

En alsof het universum het allemaal perfect had getimed, vlogen de stamppotreclames van onder andere de Jumbo je om de oren. Boerenkool, hutspot, zuurkool  alles met dampende rookpluimen en vrolijke gezinnen die doen alsof ze niet net drie keer zijn uitgegleden op de oprit. Het past precies bij deze week. Een week waarin Nederland veranderde in een winterfilm

❄ Het venijn zit ’m bij Koning Winter ook in de staart

Alsof Koning Winter nog één keer wilde laten zien wie er écht de baas is, gooide hij er afgelopen nacht nog een verraderlijke bonusronde tegenaan: regen op een ijskoude ondergrond. Het resultaat? IJzel. De gevreesde glazige sluipmoordenaar van het wegdek. En dus opnieuw code oranje in bijna het hele land.

Hier in Spijkenisse en de regio Rotterdam? Niets aan de hand. Een beetje nattigheid, een beetje kou, maar verder vooral mensen die verbaasd naar het weerbericht keken en dachten: “Waar dan?”

Maar in het noorden
 daar was het een ander verhaal. Daar veranderde de weg in een spiegelgladde ijsvlakte met alle gevolgen van dien. Het leek alsof Elsa uit Frozen persoonlijk was langsgekomen om haar intrek te nemen. Je hoefde maar één stap buiten te zetten en je gleed al richting een nabijgelegen provincie.

Zelfs de winterdienst had het zwaar. Een strooiwagen kantelde door de gladheid en dan weet je dat het serieus is. Als zelfs de helden van de pekel het niet meer redden…

❄ Einde van een winterhoofdstuk

En zo komt er na vandaag echt een einde aan dit Koning Winter‑avontuur, Nederland gaat na vandaag weer terug naar normaal. De sneeuwstormen, de sneeuwduinen, de titanen van de winterdienst, de Friese antivrieshelden, de slee‑expedities, de galopskieĂ«n, de ijsbrekers en de sneeuwpoppen van zestien meter hoog. Het was een week die voelde als een complete winterfilm.

Want daarmee eindigt deze Mission Snowpossible reeks: een winterbeleving vanuit mijn perspectief, vol verwondering, chaos, humor, zelfspot, een hyperactief sneeuwvolkje en een flinke dosis koude tenen.

Tot de volgende missie! Want als Koning Winter ook maar één vlok laat vallen, weet ik zeker dat mijn sneeuwvolkje alweer klaarstaat om er een verhaal van te maken.

❄ Mission Snowpossible 2: de grote meltdown (9-1-2026)

Na het eerste deel van Mission Snowpossible had ik gedacht dat de winter zijn kruit wel verschoten had. Dat het ergste achter de rug was, dat de sneeuwschuivers weer in de schuur konden en dat Nederland langzaam zou ontdooien. Gewoon terug naar: “Doe maar normaal, dat is in ons land al gek genoeg.”  Maar nee hoor


❄Terugweg met anticlimax

Ik stapte in de auto, helemaal klaar voor een epische terugrit. Ik had me mentaal voorbereid op alles wat Koning Winter nog op me af kon gooien: sneeuwduinen die zich als kleine Alpentoppen op de weg hadden verzameld, horizontale vlokken die je zonder pardon in je gezicht meppen, auto’s die eruitzien als verdwaalde marshmallows, en windvlagen die mij in Rotterdam spontaan een afslag richting Drenthe zouden geven.

Maar nee, Koning Winter had andere plannen: “Nu even niet!” De weg was zĂł schoon dat ik me bijna afvroeg of ik per ongeluk in een reclame voor winterbanden was beland. Geen sneeuwvlok te bekennen, geen glijmomentje, geen drama. Alleen een strak, zwart wegdek…

Tot ik bij Spijkenisse kwam
 en toen gebeurde het ondenkbare: de Hartelbrug stond open. De enige echte spanning van de hele terugreis. Ik zat daar in mijn auto, starend naar die brug alsof ik naar de finale van een realityshow keek. “Gaat ’ie
? Gaat ’ie
? Gaat ’ie wéér dicht
?” Het duurde precies lang genoeg om mijn hartslag een fractie omhoog te krijgen, maar niet lang genoeg om er een spannend verhaal van te maken. 

Een perfecte anticlimax. Alsof Koning Winter me even wilde plagen: “Hier, een beetje spanning. Maar niet te veel hoor, rustig an he.” Toen de brug uiteindelijk met de traagheid van een slak op wintersport weer naar beneden zakte, voelde ik me bijna opgelucht. Bijna. Want eerlijk: zelfs mijn ruitenwisser had zich meer vermaakt dan ik.

❄Oerhollandse sneeuwtaferelen

Alsof het allemaal nog niet absurd genoeg was, doken er ineens sneeuwtaferelen op waar wij, Nederlanders, normaal alleen in documentaires over ScandinaviĂ« of de Alpen naar kijken. Je weet wel: van die beelden waarbij je denkt “Goh, leuk hoor, maar dat gebeurt hier toch nooit.”  Nou
 blijkbaar dus wel!

Daken van sportscholen, gymzalen, zwembaden, bouwmarkten en transporthallen begonnen te kreunen onder het gewicht van de sneeuw. Je hoorde het bijna: “Eh
 jongens? Dit was niet de afspraak. Wij zijn gebouwd voor wind, regen en hooguit een verdwaalde hagelbui. Niet voor een complete winterdeken van twintig centimeter.” En eerlijk: we zijn hier ook helemaal niet op gebouwd. Letterlijk niet.

Maar het mooiste of eigenlijk het meest typisch Nederlands, waren de schuine daken zonder sneeuwrekjes. In landen waar sneeuw normaal is, hebben ze van die handige hekjes die voorkomen dat een halve skipiste ineens van je dak glijdt. Hier niet! Hier vertrouwen we op hoop, optimisme en de gedachte: “Ach joh maak je niet druk, dat smelt vanzelf wel.”

Totdat het dus niet vanzelf smelt, maar in één klap naar beneden komt. Een soort mini‑lawine, maar dan met de energie van een Nederlandse verrassing: “HÓPPA! Hier is je sneeuwpakket, succes ermee!”

Dus ja, we hadden ineens een waarschuwing voor sneeuwlawines in Nederland. Niet van die heroïsche Alpenvarianten, maar meer de huis‑, tuin‑ en keukenlawines die je auto bedelven, je voortuin herinrichten of je buurman acuut in een sneeuwpop veranderen.

❄Iglohelden uit Veenendaal

En alsof de winter zelf al niet genoeg bijzondere verhalen opleverde, kwamen er ook nog twee jonge helden uit Veenendaal in het nieuws. Twee broers van 15 en 16 jaar, die besloten dat sneeuw niet alleen leuk is om mee te gooien, maar ook om iets goeds mee te doen.

Ze bouwden een eigen iglo in de tuin, zo’n echte, ronde sneeuwkoepel waar je normaal alleen in Lapland overnacht, en besloten daar een nacht in te slapen voor het goede doel. Niet voor de lol. Niet voor TikTok. Maar om geld op te halen voor Oekraïense jongeren die thuis de zorg voor hun gezin dragen omdat hun ouders aan het front zitten.

En het mooiste? Ze haalden hier 16.000 euro mee op.

Het is zo’n verhaal dat je even stil maakt. Tussen alle sneeuwpret, daklawines en winterchaos door zijn er dus ook gewoon twee tieners die denken: “We kunnen hier iets mee doen.” En dat deden ze. In een zelfgebouwde iglo, in een winter die toch al geschiedenis schreef.

❄De Sneeuwhannekam

Als er zóveel sneeuw valt en je een vak hebt waarbij je écht de weg op moet, dan moet je dat natuurlijk veilig doen. Dus ik doe wat elke verantwoordelijke Nederlander doet: ik maak mijn auto sneeuwvrij. Alles. Dak, ramen, spiegels, kentekenplaat: het hele pakket. Tenminste
 zover ik erbij kan.

Want even voor de beeldvorming: ik ben 155 centimeter hoog. Dat betekent dat ik prima bij mijn ruiten kom, maar dat mijn autodak zich ergens in de categorie “Mount Everest Basecamp” bevindt. Ik kan ernaar zwaaien, ik kan ertegen praten, maar aanraken? Alleen met een trapje of een wonder.

Dus ja, mijn Seat heeft de afgelopen dagen rondgereden met een sneeuwhannekam op zijn dak. Zo’n keurig, strak, bevroren kammetje dat precies laat zien tot waar mijn armen reiken. De rest bleef liggen alsof het met haarlak was vastgezet. En eerlijk: dat was ook zo. De temperatuur onder nul had de boel veranderd in een soort winterse gel‑creatie waar geen beweging in te krijgen was.

Ik reed dus rond met een auto die van bovenaf leek op een auto met een winter‑hanenkam die dringend naar de kapper moest. Maar hĂ©, wĂ©l een veilige hanenkam. Voor zover mijn 155 centimeter dat toelieten.

❄ De Samensmelting van Storm Goretti

Een dag later hoorde ik op de radio dat het oosten van het land inmiddels was veranderd in een soort meteorologische soapserie. Storm Goretti, die al dagenlang vanuit Frankrijk met haar armen stond te zwaaien alsof ze auditie deed voor een wervelwind‑musical, had besloten zich te samensmelten met een verse sneeuwbui. Ja, samensmelten. Alsof twee weersystemen boven Nederland een romantische winterswals hadden ingezet, compleet met elegante rondjes, onverwachte draaien en een tempo dat niemand meer kon volgen.

Het resultaat? Een sneeuwstorm met een zeer pittig karakter. (Wat hier in Nederland geen officiële storm is, windkracht 7 is niet hard genoeg)

In het oosten van het land vlogen de ADHD-vlokken horizontaal voorbij alsof ze haast hadden. Sneeuwjachten vormden zich op de meest willekeurige plekken: tegen lantaarnpalen, midden op fietspaden, en natuurlijk precies voor de voordeuren van mensen die nét dachten dat ze op tijd waren met sneeuwruimen. Ja jammer, begin maar helemaal opnieuw! De wind had er duidelijk plezier in en blies iedereen vrolijk een andere provincie in.

En ik? Ik reed daar, op mijn keurige, schone wegdek, luisterend naar de chaos alsof het een verslag was van een sportwedstrijd waar ik zelf niet aan mee mocht doen. Een beetje alsof je hoort dat er ergens een gigantisch sneeuwfeest van feestvlokken gaande is, maar jij niet op de gastenlijst staat.

Toch moest ik lachen. Want dit is typisch Nederland: het ene deel van het land verandert in een soort mini‑Antarctica, terwijl het andere deel eruitziet alsof de winter per ongeluk een afslag heeft gemist.

❄ Het NK Sneeuwpoppenbouwen – De Meltdown

Vrijdag was het dan zover: de uitslag van het NK Sneeuw-poppenbouwen. De jury had alle foto’s bekeken, beoordeeld en gewikt en gewogen, met dat serieuze gezicht dat alleen mensen hebben die heel professioneel naar sneeuw kijken. Toen de winnaar eenmaal vaststond, werd één dappere 538‑afgezant op pad gestuurd. Met de bokaal. Met de bloemen. En met de stille hoop dat er nog Ă­Ă©ts van de winnende creatie overeind zou staan.

Hij kwam aan. Hij keek. Hij knipperde. Voor hem lag een zielig hoopje sneeuw dat eruitzag alsof iemand een sneeuwpop in de magnetron had gezet. Een soort sneeuwpannenkoek deluxe. De restanten van wat ooit een trotse, bollen‑hoge kampioen was.

Zowel de sneeuwpop als de verslaggever hadden duidelijk last van een meltdown. De sneeuwpop letterlijk, hij lag erbij als een winterse pudding. De verslaggever figuurlijk, want hoe overhandig je in hemelsnaam een bokaal aan een plasje slushpuppy?

Gelukkig hadden we de foto’s nog. Want zonder bewijs zou niemand geloven dat dit plasje winterellende ooit een volwaardige sneeuwpopcreatie was geweest. Met creativiteit, originaliteit, mooie materialen en nĂ©t dat beetje extra dat verder ging dan drie ballen en een winterpeen.

❄De Uitslag van het NK Sneeuwpoppenbouwen

De strijd was spannend, de sneeuw was creatief gebruikt en de jury had hun meetlinten nog maar net opgeborgen toen de uitslag binnenkwam.

đŸ„‰ 3e plaats – De Frozen  sneeuwpop Olaf uit Goes  Een klassieke sneeuwpop met charme, karakter en een keurige score van 8.

đŸ„ˆ 2e plaats – “Mens met flesje bier na het werk” uit Groesbeek  Een kunstwerk dat zĂł herkenbaar was dat heel Nederland er even in meeknikte. Score: 8,5.

đŸ„‡ 1e plaats – Het sneeuwpopgezinnetje voor baby Luna in Hoeven  Het geboortebord had vertraging, dus de familie besloot een alternatief te maken: een compleet sneeuwpopgezinnetje voor de deur van hun pasgeboren Loena. Creatief, lief, onverwacht en precies het soort verhaal waar je van smelt. Daarmee winnen zij de bokaal van het NK Sneeuwpop Bouwen van Radio 538.

Een winterse overwinning met een witgouden randje.

En zo eindigt Mission Snowpossible 2: met een Nederlands Kampioen, met daklawines, iglohelden, hannekammen en sneeuwpoppen die spontaan de geest gaven. Of het hierbij blijft? Tja
 met deze Nederlandse winter weet je het nooit. Want als Koning Winter nog één keer met zijn wenkbrauw beweegt, zit ik alweer klaar met mijn laptop, mijn camera, mijn veel te korte armen en mijn hyperactieve creatieve brein. Wordt vervolgd
 misschien.

❄ Mission Snowpossible: De witte sneeuwschrik (7-1-2026)

Ik kan zo van alles genieten in deze winterse periode!

Na de allereerste sneeuwbui besloot ik lopend boodschappen te doen. Het witte landschap was prachtig. Die eerste dag heb ik heel veel foto’s gemaakt en er zouden er nog vele volgen. Al wandelend, enigszins in gedachten verzonken, liep ik over de stoep toen er ineens een sneeuwschuiver mijn kant op kwam. Zo, dat was lang geleden dat ik die in mijn eigen wijk had gezien. Ik betrapte mezelf erop dat ik genoot van zo’n eerste sneeuwschuivert.

Later in de week, terwijl ik naar huis reed, draaiden er achter mij vier sneeuwschuivers tegelijk de grote weg op. Indrukwekkend. Ik voelde me bijna, zo op kop rijdend, onderdeel van dit winters konvooi.

❄Het sneeuwvlokken‑volkje

Ik heb deze week ontdekt dat sneeuwvlokken persoonlijkheden hebben. Je hebt de Zen‑Vlok, die rustig naar beneden zweeft alsof hij net een yogales heeft gehad. En de ADHD‑Vlok, die zonder richting of rem precies in je oog waait en onderweg waarschijnlijk “WEEEE!” roept.

Dan is er de Dramatische Vlok, die valt alsof hij auditie doet voor een kerstfilm “Ohw help, ik smelt!”, en de Stoere Vlok, die op je neus landt met de attitude van: “Ik smelt niet. Ohw toch wel.”

Maar mijn favoriet blijft de Feest‑Vlok. Die komt nooit alleen. Als je er één ziet, kun je er donder op zeggen dat er binnen drie seconden een complete sneeuwstorm achteraan komt. Motto: Hoe meer, hoe sneeuwiger.

❄ Special effects van Koning Winter

Van de week had Koning Winter duidelijk zin in extra effecten. Sneeuw dwarrelde rustig en geduldig naar beneden. En toen ineens: FLITS!  Alsof hij even het grote licht aandeed om te checken of alles al wit genoeg was en of alle sneeuwvlokken netjes op hun plek vielen.

In één klap stond de wereld in de spotlight, een volledig witte scĂšne betrapt in één seconde. Vlak daarna rolde er een donder door de lucht, alsof Koning Winter en de Feest‑Vlok onder één hoedje spelen.

En ik? Ik stond daar als een soort levende sneeuwpop, half bevroren te koukleumen met een enorme grijns op mijn gezicht. Mijn lijf riep: “Echt serieus!? Kunnen we alsjeblieft gewoon naar binnen?!”  Maar mijn brein en hart stonden te juichen: “Ach, doe niet zo flauw. Dit is zeldzame winterse magie! Daar moet je van genieten zolang het er is.”

❄Mission Snowpossible

Vanochtend voelde ik me zelfs even trots. Je kent het wel: dat moment waarop je denkt dat je het hele leven onder controle hebt, inclusief het weer. Ik was extra vroeg van huis vertrokken, vastbesloten de sneeuwbui voor te blijven. En jawel hoor: ik reed over een bijna lege snelweg. Geen slip, geen glij, geen pirouette. Zelfs mijn auto leek onder de indruk.

Maar toen
 Toen stapte ik uit op het parkeerterrein van het ziekenhuis, en precies op dat moment begon het te sneeuwen. Alsof het universum zei: “Leuk geprobeerd, schat, maar ík ben nog steeds de baas hier.”  En toch voelde ik me trots. Alsof ik een geheime missie had volbracht. Mission Snowpossible.

Vanmiddag moet ik nog terug. En ze verwachten 9 tot 10 centimeter sneeuw. In Nederland staat dat gelijk aan: “Succes, het land gaat nu in vliegtuigstand.”

En dat brengt me bij die mop die vandaag weer pijnlijk actueel is:

Twee sneeuwvlokken dwarrelen samen door de lucht. De ene zegt vrolijk: “Ik ga naar de Alpen om wintersporters blij te maken met een Instagram‑waardige verse sneeuwlaag!” De andere wrijft in zijn ijskristallen en zegt ondeugend: “Ik ga naar Nederland
 heel de boel ontregelen!”

En eerlijk, als ik zo doorga, moet ik misschien maar een vervolg schrijven. Mission Snowpossible 2: De Terugrit. Met in de hoofdrol: ik, een opgeladen telefoon, handschoenen en een auto die hopelijk net zo gemotiveerd is als ik.

❄Kleine dingen, grote glimlach

Toch zit het genieten echt in de details. Het is net onder het vriespunt, de gevoelstemperatuur door de wind ver daaronder. En dan heet de weerman op de radio De Vries. Een betere naam kun je als weerman niet krijgen. Hij klonk ook oprecht blij met dit weer. Hij voorspelde zelfs mogelijke temperaturen van -8 graden.

En als het zó gaat vriezen, weet ik één ding zeker: mijn vader krijgt hoge koorts. Een onschuldige variant gelukkig, elfstedenkoorts. Iedere dag komt de volgende Elfstedentocht volgens hem een dag dichterbij.

Ook de muziek op de radio past zich aan: winterse titels, koude teksten, en dan ineens “Cold as Ice” toepasselijker wordt het niet. Of toch wel
 wanneer er spontaan een actuele, winterse tekst voorbij komt op een melodie die meteen in je hoofd blijft hangen. Dank je wel, Radio 538! LOL!

En dan zijn er nog die bijzondere initiatieven, zoals de recordpoging in Staphorst om de grootste sneeuwpop van Nederland te bouwen. Een oproep activeerde de hele gemeente. Sneeuw, materiaal, mankracht, alles werd aangeboden. Opperste sneeuwpop-concentratie! Het doel: een sneeuwpop van 12 meter hoog en daarmee het record werd gehaald! Heerlijk! Een 12 meter hoge sneeuwreus met autoband ogen en een pionneus, die mogelijk nog niet weg is als de mussen inmiddels dood van het dak vallen van de zomer!

Maar er is ook een wedstrijd uitgeschreven voor de mooiste sneeuwpop van Nederland. En alsof het allemaal nog niet vrolijk genoeg was, maakt Radio 538 er het NK Sneeuwpoppen bouwen van. Natuurlijk! Want waarom zou je een sneeuwpop bouwen als je er ook een nationale sport van kunt maken?

En natuurlijk weet ik ook dat sneeuw niet voor iedereen alleen maar magie betekent. Het kan zorgen voor glijpartijen, gedoe,  vertragingen, koude tenen en soms echt veel ellende. Juist daarom hoop ik dat mijn winterse mijmeringen, hoe klein ook, toch even een glimlach kunnen brengen, al is het maar voor één moment.

❄Slot: De magie van sneeuw

Sneeuw doet echt iets wonderlijks met ons. Het legt niet alleen een witte deken over de wereld, maar ook over ons hoofd. Een soort zachte pauzeknop waardoor alles even vertraagt. En precies in die stilte begint de creativiteit te borrelen. Ineens zie je persoonlijkheden in sneeuwvlokken, hoor je donder als een grap van Koning Winter, en voelt elke dwarrelende vlok als een uitnodiging om even stil te staan en te genieten.

Misschien is dat wel het mooiste aan sneeuw: het maakt volwassenen weer een beetje kind, en kinderen weer een beetje dichter bij de winterse magie.

En ik? 

Ik laat me er dankbaar door meevoeren. Want in een wereld die soms zo snel gaat, is het heerlijk om te merken dat een paar dwarrelende vlokken genoeg zijn om te vertragen, om mijn fantasie wakker te schudden en mijn dag een glanslaagje te geven. Daar waar menigeen denkt: “Oh help, glad!” denk ik eerst: “Oh, dat moet ik opschrijven in een mooi verhaal of vastleggen op een foto!”

Het zijn toch echt de kleine dingen die het doen.

đŸŒ Tai Chi met eetstokjes (21-12-2025)

Innerlijke rust en open energiestromen. Kortom: mooie energie. Het klinkt zo goed. Alsof je het kunt bestellen in een winkel, met een strik eromheen en een handleiding erbij. Maar het is een intense interne zoektocht zonder handleiding. Geen rechte lijn. Geen zen vanaf dag één. Meer een kronkelpad met struiken en keien, twijfels en af en toe een dumpling op je schoot.  

Zucht… tja, Tai Chi is net als beginnen met eten met eetstokjes. En daar is mijn metafoor om te verwoorden wat ik ervaren heb!

Even voor de beeldvorming… 

Het is bijna Kerst en ik zit aan tafel in een restaurant. Voor me: een dampend bord met heerlijke dumplings. Naast me liggen — jawel — twee eetstokjes! Als ik om me heen kijk, zie ik anderen ogenschijnlijk moeiteloos, bijna harmonieus met hun stokjes eten. Heel elegant en vloeiend alsof ze dit al jaren doen. Ik bekijk mijn eetstokjes en zie ze als een uitdaging. Een test van geduld, balans en beheersing.

Ik pak ze vast. De eetstokjes, hù! We zijn nog lang niet bij de dumplings. Uit alle macht probeer ik ze zo te houden dat het eruitziet zoals bij de andere restaurantbezoekers. Met veel spanning in mijn hand constateer ik: het lijkt te lukken. Even ontstaat er een glimlach. Maar dan
 een frons van concentratie. Nu moeten die eetstokjes ook nog gaan bewegen om een dumpling te kunnen vastpakken. Ik probeer het. Mijn vingers verkrampen. Mijn adem versnelt. De stokjes doen alles wat ze niet moeten doen: Ze kruisen, ze glijden, ze vallen. Ze liggen werkelijk overal behalve ontspannen in mijn hand! En de dumplings? Die blijven gewoon veilig op hun bord liggen. Mijn eetstokjes voeren een choreografie van chaos op. En ik? Ik heb nog geen hap genomen. Die strijd met de eetstokjes is dan natuurlijk wel weer goed voor de lijn.

Maar ergens tussen de kramp en de frustratie, tussen de frons en de glimlach, ontstaat iets waardevols. Terwijl ik daar zat, met mijn stokjes in een kramp en mijn dumpling nog steeds onaangeroerd, besefte ik: dit is geen mislukking. Dit is oefenen. Oefening baart kunst. En alle begin is moeilijk. Herkenbaar? Is dit niet precies hoe Tai Chi begint: met stuntelende motoriek,  vol intentie, maar vooral zoekend naar ontspanning?

Als ik enigszins de controle heb over mijn eetstokjes gaan we voor de dumplings! Ik pak er eentje vast, te straks. Zo glad als hij is, glipt hij tussen mijn stokjes uit en vindt de vrijheid. Flop zo onder het tafellaken op mijn schoot. Snel red ik de dumpling door hem met mijn vingers vast te pakken en hem met een vaartje terug te gooien op mijn bord. Hmmm met een glimlach bedenk ik dat ik had hem ook met dezelfde vaart gewoon in mijn mond had kunnen stoppen…

Goed, nieuwe poging! Ik pak er eentje vast, te los. Nog ver voor hij mijn mond bereikt valt hij tussen de eetstokjes vandaan met een stevige splash met de nodige spetters,  terug op mijn bord. Ik voel de frustratie opborrelen. Ik ben in staat om een eetstokje stevig vast te pakken en in de dumpling te prikken als een vork. Ik bedenk op tijd dat ik mij in een restaurant bevind waar dit mogelijk niet zo gewaardeerd gaat worden….

Maar dan
 Ik probeer het opnieuw. Ik ontspan mijn vingers. Ik vertraag mijn ademhaling. Ik laat mij eetstokjes de dumping grijpen. Heel ontspannen… De dumpling blijft hangen! Heel even dan he! Maar dat moment — dat ene moment van balans — daar begint iets te stromen. Tai Chi is op dit moment ook nog niet de perfecte houding. Het is de poging. Het is de glimlach na de mislukking. Het is de rust die langzaam groeit in deze chaos van bewegingen en gedachten. Mijn Chinese Qi is nog niet ontwaakt. Maar ze zit wel op een creatieve manier in mijn hoofd.

En ik? Ik oefen nog even stug verder met mijn eetstokjes, want ik heb inmiddels wel trek gekregen.

 

đŸŒ Een klungelende start (4-9-2025) 

Soms begint een nieuwe weg niet met een sprong, maar met een wiebel.

Ooit was ik bedreven in Judo, Jiu-Jitsu en Aikido. Mijn lichaam was getraind, krachtig, soepel en betrouwbaar. Tegenwoordig is mijn lichaam een verzameling van artrose, overgewicht en een indrukwekkende meestergraad in het lichamelijk niets-doen. Met voelbare impact, helaas.

Ik wist: ik moest weer gaan bewegen. Dus probeerde ik van alles: zwemmen (meh), fitness (nee!), hardlopen (blessures), wandelen (mwoah). Alles geprobeerd, alles weer losgelaten. De motivatie verdween telkens sneller dan mijn sportschoenen uit de kast kwamen.

Tot ik aan het begin van dit seizoen, op 4 september 2025, de stap zette naar Tai Chi. Geen harder sporten, maar juist zachter. Een vorm van bewegen die past bij mij, mijn lijf en mijn leven op dit moment.

Tijdens de eerste les, ergens tussen het gewiebel en een verstoorde ademhaling, besefte ik dat ik mijn hele vroegere basis van motoriek en balans kwijt was. Het voelde alsof ik opnieuw moest leren lopen. En gelukkig dan in les 1
 enkel maar voorwaarts. 

“Ik kan dit! Ik heb een vechtsportverleden,” dacht ik. 

Hoe anders kan Tai Chi zijn? Japanse vechtsport, Chinese vechtkunst het zal toch wel raakvlakken hebben? Of
 misschien toch niet?

Mijn lichaam dacht daar iets anders over: “Bambi op glad ijs. Succes!” Nou ja, ik ben eigenlijk meer een panda. Zacht, rond en momenteel heel onhandig. Maar vastberaden.

Mijn Ki/Qi, mijn centrum, mijn zwaartepunt op de juiste plek, hoe je het ook wilt noemen, is al langere tijd verdwenen. Vroeger voelde ik het tot in mijn vezels. Nu dobber ik zonder anker. Toch, ondanks alle onhandigheid, merkte ik iets bijzonders: enthousiasme, nieuwsgierigheid en motivatie. Een drang om deze bewegingen mij eigen te maken. Een verlangen naar weer controle over mijn lijf. Een zoektocht naar balans én rust in mijzelf.

Misschien heb ik in Tai Chi iets gevonden waarin ik mij kan vastbijten. Iets wat mij blijvend kan motiveren. Iets wat ik nog heel lang kan blijven doen. Iets wat ik overal op mijn moment kan doen. Voor nu heb ik huiswerk meegekregen. Ik klungel nog even heerlijk door met mijn Panda-motoriek, maar ik beweeg weer. En… ik kijk nu al uit naar de volgende les.