Na het uitgeven van mijn boek Pareltjes uit mijn spreekkamer viel ik in een gat.
Zo voelde het tenminste.
Alsof er ineens iets wegviel waar ik maandenlang naartoe had gewerkt.
Een soort leegte waarvan ik even niet wist wat ik ermee moest.
Maar de laatste tijd kijk ik er anders naar.
De term “in een gat vallen” heeft iets negatiefs.
Je kunt het ook positief zien als ruimte hebben voor iets nieuws.
Ruimte die vrijkomt omdat iets afgerond is.
Ruimte waar iets nieuws mag ontstaan.
Niets moet, alles mag.
Mijn vader zei vroeger altijd:
“Let op… daar waar de ene deur dichtgaat, gaan er andere open.”
En misschien is dat precies wat hier gebeurt.
Mijn man Richard zei laatst:
“Misschien moet je eens opschrijven hoe jij zorg verleent. Dan kunnen jonge zorgprofessionals daar misschien van leren.”
Een heel mooi en waardevol idee. Maar ik had nog geen richting, nog geen beeld van hoe dat eruit zou kunnen zien.
Mijn eerdere boeken kwamen allemaal voort uit direct contact met zorgvragers.
Uit de dagelijkse praktijk waarin ik volop werkzaam ben.
Uit het microniveau waar ik mij thuis voel.
Tijdens een kennismakingsgesprek met Ayse Yazilitas van het auteursfestival kwam het ter sprake: Dat ‘gat’ wat ik inmiddels ‘ruimte’ noem.
En ineens dacht ik: misschien is dit geen zoektocht, maar een vorm van persoonlijke groei.
Een andere blik op dezelfde situatie, die door de juiste woorden van negatief naar positief kantelt.
Misschien is het tijd om een stap te zetten.
Zoals Ayse het zei: “Van microniveau naar macroniveau.”
Van alleen zelf zorg verlenen naar ook collega’s meenemen, ondersteunen, begeleiden en inspireren.
Soms voelt iets als een val, terwijl het eigenlijk een opening is.
Een opening naar iets wat nog geen vorm heeft, maar wel al klopt.
Als ik eruit ben wat ik ermee ga doen, zal ik het zeker met jullie delen.
Foto: desaseni.com
