Vorige week vertelde ik natuurlijk al dat mijn brein een glorieuze HD‑upgrade had gekregen. Want mijn ogen en oren waren al aan de beurt geweest voor een update.
Neem nou mijn ogen. Vroeger kon ik alles lezen. Ver weg of dichtbij, een boek, een handleiding of etiketten met minuscule lettertjes en batchnummers. Nooit een probleem. En toen… in relatief korte tijd niet meer. Zonder bril ben ik net een blinde mol die probeert te ontcijferen wat er op een ampul staat. Alles wat ik gaf liet ik voor de zekerheid checken door een collega, maar dat schiet voor ons beiden niet op! Maar goed: bril op, en er ging weer een wereld voor me open. Toch veel meer gemist dan ik dacht. En wat is dat ontcijferen toch vermoeiend! Dus het begon eigenlijk allemaal met mijn zicht weer in HD‑kwaliteit.
Maar het werd nog leuker. Mijn oren besloten namelijk ook mee te doen. Vroeger hoorde ik werkelijk álles, tot grote irritatie van kinderen, collega’s en iedereen die dacht dat fluisteren een optie was. Maar de laatste tijd klonk alles een beetje dof en monotoon. Alsof de wereld door een kartonnen doos sprak. De tv moest harder. Gesprekken werden raadspelletjes met veel misverstanden als gevolg. En ik moest liplezen alsof ik auditie deed voor een rol als dove kwartel.
Na een reeks gehoortesten kwam het oordeel: ik bleek geschikt voor gehoorapparaten. Aan beide kanten. Nou, daar ging mijn illusie van perfect gehoor. Blijkbaar hoort mijn auditieve systeem ook bij de upgrade‑ronde.
Maar goed: gehoorapparaten in, en wederom ging er een wereld voor me open. Ook hier veel meer gemist dan ik dacht. Je geniet toch zóveel meer van bijvoorbeeld muziek als je alle tonen en geluiden weer meekrijgt.
Dus ja… mijn brein in HD. Mijn zicht in HD. Mijn gehoor in volledig Dolby Surround. Ik word gewoon een menselijk multimedia‑systeem. Mirjam 2.0 — met bril, gehoorapparaten, hormonen en humor. Eigenlijk kreeg ik meer kwaliteit van leven om op mijn eigen vakgebied te blijven.
En dan zijn er nog de rimpels. Die kleine kronkeltjes in mijn gezicht die vroeger “oh jee, ik word ouder” betekenden, maar nu voelen als iets heel anders. Misschien komt het door alles wat ik de afgelopen tijd heb ervaren, maar ik begin ze steeds meer te zien zoals mijn oma dat deed: met trots!
Zij droeg haar rimpels alsof het sieraden waren. Lachrimpels als bewijs van het plezier in haar leven. Fronsrimpels als stille getuigen van zorgen die ze droeg voor anderen. En die zachte lijntjes rond haar ogen — dat waren geen ouderdomstekenen, dat was levenswijsheid in reliëf.
Misschien zijn rimpels wel precies dat: de topografie van een leven. Een kaart van waar je bent geweest, wat je hebt gevoeld, wie je hebt liefgehad en wat je hebt gedragen. En eerlijk? Ik draag ze, net als mogelijke grijze haren, met trots. Net als mijn oma.
Het zal u niet verbazen dat ik een groot voorstander ben van ervarend leren. Niet omdat het zo’n hip begrip is, maar omdat je pas écht snapt wat iets met je doet als je het zelf meemaakt. En laat ik nou de afgelopen tijd een soort spoedcursus “lichamelijke updates” hebben gevolgd.
En misschien is dit wel de grootste ontdekking van allemaal: nu ik zelf heb gevoeld hoe het is om in mist te leven, om minder te horen, minder te zien, minder te kunnen volgen… begrijp ik nóg beter hoe het moet zijn voor de mensen met wie ik werk.
Kwetsbare ouderen. Mensen met dementie. Mensen die niet kiezen voor een wazige wereld, maar er langzaam in terechtkomen.
En nu ik zelf merk hoe het is om soms in een eigen wereld te leven, hoe het is om afhankelijk te zijn van hulpmiddelen, hoe het is om opnieuw helderheid te vinden… Ik heb het maar even ervaren — een paar jaar mist, wat dof geluid, wat wazig zicht — en zelfs dat was al genoeg om te merken hoe snel je je terugtrekt in je eigen kleine wereld. Niet omdat je dat wilt, maar omdat de buitenwereld simpelweg te scherp, te snel, te veel wordt.
Want als je zelf merkt hoe je brein in mist kan verdwijnen, hoe je zicht verandert van arendsblik naar blinde mol, en hoe je gehoor langzaam richting dove kwartel schuift… dan begrijp je ineens heel goed hoe belangrijk kleine dingen kunnen zijn. Een hormooncrème, een bril, gehoorapparaten… van die hulpmiddelen waarvan je altijd dacht: “Dat is voor later… als ik oud ben.” Nou, later is blijkbaar nu — op mijn 52e!
Want als ik al zoveel verschil voel door een beetje helderheid terug te krijgen… hoe groot moet het verschil dan zijn voor de ouderen die ik dagelijks ontmoet als geriatrieverpleegkundige in het ziekenhuis? Voor de mensen die leven in een wereld die soms stiller, waziger of verwarrender is dan wij kunnen zien? En nee, mijn hormooncrème zal een mogelijke dementie zeker niet oplossen. Maar een goede bril, gehoorapparaten en zelfs een rollator geven hen wél meer kwaliteit van leven.
Misschien is dit wel mijn echte HD‑upgrade: niet die van mijn brein, mijn ogen of mijn oren, maar die van mijn begrip.
